Naar boven ↑

Rechtspraak

ATAG Nederland B.V./werkneemster
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 26 januari 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:2296
Ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen van Manager Service Support bij ATAG afgewezen. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat samenvoeging van afdelingen en daarmee het vervallen van de arbeidsplaats van werkneemster leidt tot een doelmatiger bedrijfsvoering.

Feiten

Werkneemster is op 1 maart 2017 in dienst getreden bij ATAG Nederland B.V. (hierna: ATAG) in de functie van Manager Service Support tegen een salaris van thans € 5.541 bruto per maand. Nadat al enkele veranderingen waren doorgevoerd heeft in januari 2020 een MT-bijeenkomst plaatsgevonden waarbij werkneemster aanwezig was. In dit overleg is aangeven dat het personeelsbestand kritisch gecontroleerd moest worden, met als reden onder meer het verlagen van de salariskosten en het inkrimpen van het MT. Op 27 mei 2020 heeft ATAG werkneemster bericht dat haar afdeling zou worden samengevoegd en dat haar functie daarmee zou komen te vervallen. Het UWV heeft op 10 september 2020 de gevraagde toestemming om de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden te mogen opzeggen geweigerd. Het UWV legde hieraan onder meer ten grondslag dat er onvoldoende verifieerbare documenten zijn waaruit de huidige reorganisatie blijkt. Er lag geen reorganisatieplan dan wel andere concrete stukken die inzicht boden in de plannen van werkgever om te komen tot een nieuwe aangepaste organisatie. Een en ander klemde volgens het UWV temeer nu werkneemster van de 385 werknemers de enige werknemer was die voor ontslag werd voorgedragen na de personele herschikking vanaf 27 mei 2020. Het UWV volgde werkneemster in haar stellingname dat er met allerlei personen is geschoven en de selectieprocedure niet transparant was. Werkgever heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bedrijfseconomische redenen als gevolg waarvan de desbetreffende arbeidsplaats structureel moet komen te vervallen. Tevens is geen herplaatsingsgesprek met werkneemster gevoerd en vindt het UWV, mede daarom, de stellingname van werkgeefster dat er geen functies/vacatures zijn op het niveau van werkneemster (qua opleiding, kennis en vaardigheden) onvoldoende overtuigend gemotiveerd. Het eindoordeel is aldus dat geen sprake is van een redelijke grond voor het ontslag van werkneemster. ATAG verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat ATAG, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting van werkneemster, een en ander onvoldoende heeft onderbouwd. Elke onderbouwing van haar stelling dat zij de opdracht heeft om functies te schrappen ontbreekt immers. Daar komt nog bij dat enig inzicht in dan wel enige onderbouwing van het proces (bestaande uit “interactieve sessies” van MT-leden) dat heeft geleid tot het besluit de twee afdelingen samen te voegen, ontbreekt. Dat de samenvoeging van deze afdelingen tot een doelmatiger bedrijfsvoering leidt, is door werkneemster gemotiveerd weersproken en evenmin op enige wijze onderbouwd. Voor zover ATAG stelt dat er door de samenvoeging geen bilateraal overleg meer gevoerd hoeft te worden, heeft werkneemster tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gesteld dat een dergelijk overleg voorheen ook niet aan de orde was en dat de voorheen verschillende teams nog steeds los van elkaar functioneren en hun eigen overleggen hebben. Dat door de samenvoeging van de afdelingen sprake is van een efficiëntieverbetering, zoals door ATAG aan haar verzoek ten grondslag is gelegd, is dan ook niet gebleken. Dat sprake is van een verkleining van het managementteam (met één persoon) moge zo zijn, maar dat dit maakt dat het managementteam slagvaardiger is, zoals ATAG stelt, is evenmin onderbouwd. Dit wordt door werkneemster weersproken en komt de kantonrechter, gelet op de beperkte verkleining (van 32 naar 31 personen in het managementteam) ook niet aannemelijk voor. Het enkele feit dat het schrappen van de functie van werkneemster leidt tot een verlaging van de loonkosten maakt nog niet dat daarmee sprake is van de noodzaak tot bedrijfsreorganisatie. De kantonrechter acht op grond van het voorgaande de door ATAG genoemde bedrijfseconomische reden onvoldoende aannemelijk. Het verzoek tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wordt daarom afgewezen.