Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:4084
Beroep op toepassing van nieuwe (hogere) salarisschaal na herindelingsprocedure van de functie van werkneemster wordt afgewezen. Er zijn nieuwe arbeidsovereenkomsten tot stand gekomen, waarin werkgever de salarisschalen per functie correct heeft toegepast.

Feiten

Werkneemster is op 27 oktober 2010 in dienst getreden bij Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep (hierna: SFVG) in de functie van poolkracht/afdelingsassistent op basis van salarisschaal 20. Met ingang van 1 januari 2015 is een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten in verband met de fusie van het Sint Franciscus Gasthuis en het Vlietland Ziekenhuis. De naam van de functie is toen gewijzigd in medisch student. De werkzaamheden van werkneemster en de salarisschaal (20) zijn ongewijzigd gebleven. Met ingang van 1 februari 2015 is de arbeidsovereenkomst wederom gewijzigd, omdat werkneemster een nieuwe functie van studentcoördinator is gaan vervullen. Deze functie was op dat moment gewogen in salarisschaal 25. De overige arbeidsvoorwaarden zijn gelijk gebleven en aan werkneemster is meegedeeld dat zij ten aanzien van deze functie geen recht heeft op onregelmatigheidstoeslag (hierna: ORT). SFVG is vanaf oktober 2017 een herindelingsprocedure gestart met betrekking tot de functie van studentcoördinator. Na voltooiing van deze herindelingsprocedure is de functiebeschrijving van intercedent studentenpool definitief vastgesteld in januari/februari 2019. De functiebenaming is toen gewijzigd in intercedent studentenpool. Bij wijze van tegemoetkoming heeft SFVG over de periode van 1 januari 2017 tot 1 juni 2019 een bedrag van € 5.505,56 bruto aan werkneemster betaald. Op 5 juni 2019 heeft SFVG een arbeidsovereenkomst aan werkneemster verstrekt (per 1 juni 2019) met betrekking tot de functie van intercedent studentenpool op basis van salarisschaal 45 en op 25 juni 2019 heeft SFVG een arbeidsovereenkomst aan werkneemster verstrekt (per 1 juni 2019) met betrekking tot de functie van medisch student op basis van salarisschaal 20. Werkneemster heeft deze arbeidsovereenkomsten niet ondertekend en SFVG meegedeeld niet in te stemmen met de gewijzigde arbeidsovereenkomsten. In deze procedure vordert werkneemster betaling van achterstallig loon vanwege onderbetaling qua salarisschaal en niet-betaalde ORT, alsmede een verklaring voor recht dat tussentijds geen nieuwe arbeidsovereenkomsten tot stand zijn gekomen.

Oordeel

Achterstallig salaris en ORT na herindelingsprocedure?

De kantonrechter is van oordeel dat de uitkomst van de herindelingsprocedure, en de daarmee gepaard gaande herwaardering van de functie en de wijziging van salarisschaal 25 naar schaal 45, op grond van de cao terugwerkende kracht heeft tot hooguit 1 januari 2019. Werkneemster heeft geen, althans onvoldoende, feiten en/of omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel kunnen leiden dat een beroep op deze cao-bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De duur van de herindelingsprocedure is niet zodanig lang geweest dat niet meer kan worden gesproken van een redelijke procesduur nu een duur van ongeveer 14 maanden niet ongebruikelijk is. Ook is niet gebleken dat SFVG onredelijke vertraging heeft veroorzaakt tijdens het proces. Daarnaast kan niet worden gezegd dat SFVG niet als goed werkgever heeft gehandeld in de zin van artikel 7:611 BW. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat SFVG de herindelingsprocedure heeft gecompenseerd door maar liefst 29 maanden lang het (bruto)verschil tussen het oude uurloon in schaal 25 en het nieuwe uurloon in schaal 45 uit te betalen. De conclusie van de kantonrechter is daarom dat er geen grond bestaat om de uitkomst van de herindelingsprocedure terug te laten werken tot een eerdere datum en SFVG was daarom niet gehouden om salarisschaal 45 eerder toe te passen. Ten aanzien van de functie van studentcoördinator en intercedent studentenpool is de kantonrechter voorts van oordeel dat niet aan de voorwaarden uit de cao is voldaan om aanspraak te kunnen maken op ORT. Werkneemster heeft niet betwist dat SFVG nooit werkzaamheden aan haar heeft opgedragen op onregelmatige tijden. Dat werkneemster vanwege studies en een andere bijbaan vaak onregelmatig werkte bij SFVG komt voor haar risico. Bovendien heeft SFVG haar uitdrukkelijk meegedeeld dat de ORT-regeling niet van toepassing is op deze functie. De vorderingen van werkneemster hieromtrent worden derhalve afgewezen.

Nieuwe arbeidsovereenkomsten?

De functie van medisch student is niet heringedeeld en/of hergewaardeerd. Niet in geschil is dat die functie altijd gewogen is in salarisschaal 20. Werkneemster is ook op basis van die schaal in dienst getreden in 2010. Voor zover werkneemster zich op het standpunt heeft gesteld dat schaal 25 van toepassing is op de functie van medisch student kan dat dus niet slagen. De functie intercedent studentenpool is vanaf 1 januari 2019 gewogen in salarisschaal 45. Er bestaat derhalve een aanzienlijk verschil in salariëring tussen de beide functies. Om die reden is de kantonrechter van oordeel dat er geen grond bestaat voor het toekennen van salarisschaal 45  voor beide functies. In het licht van het vorenstaande lag het voor de hand dat SFVG de voor werkneemster geldende wijzigingen schriftelijk wilde vastleggen en dat SFVG in dat verband de twee nieuwe arbeidsovereenkomsten aan werkneemster heeft aangeboden. Deze nieuwe arbeidscontracten zijn een logisch en rechtstreeks gevolg van de gewijzigde functies en salariëring van werkneemster naar aanleiding van de herindelingsprocedure op grond van de cao, en ook (zeker) niet nadelig voor werkneemster gezien haar hogere salaris. SFVG heeft (juist) als goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW gehandeld door de “oude” arbeidsovereenkomst van 10 maart 2015 te wijzigen. De conclusie is dat de gevorderde verklaring voor recht dat de nieuwe arbeidsovereenkomsten niet tot stand zijn gekomen, niet toewijsbaar is.