Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 juli 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:6818
Feiten
Werkneemster 1 van 1 maart 2016 tot 1 november 2020 in dienst geweest bij Extra Talent B.V. (hierna: Extra Talent) in de functie van consultant juridisch secretaresse. Werkneemster 2 is van 14 augustus 2017 tot en met 31 december 2020 in dienst geweest van Extra Talent in de functie van consultant juridisch. In de arbeidsovereenkomsten van werkneemsters waren concurrentiebedingen en boetebedingen opgenomen. Op 22 december 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werkneemsters en Extra Talent. Tijdens dit gesprek hebben werkneemsters aan Extra Talent kenbaar gemaakt dat zij voornemens zijn een wervings- en selectiebureau op het gebied van juridische dienstverlening op te zetten. Bij brief van 30 respectievelijk 31 december 2020 wordt werkneemster 1 en 2 verzocht om de concurrerende activiteiten voor zover die reeds zijn begonnen te staken en gestaakt te houden. Op 4 januari 2021 hebben werkneemsters de VOF opgericht. Tussen partijen is meermaals gecorrespondeerd over de werkzaamheden die werkneemsters verrichten in de VOF. Op 7 januari 2021 heeft Extra Talent, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, conservatoir derdenbeslag laten leggen op de (spaar)rekeningen van werkneemsters voor een beslag van in totaal € 119.600. Werkneemsters vorderen de werking van het tussen partijen geldende (non-)concurrentie- en relatiebeding en het boetebeding te schorsen en de beslagen op te heffen.
Oordeel
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter worden werkneemsters in verhouding tot het te beschermen belang van Extra Talent door het relatiebeding onbillijk benadeeld. Daartoe is het volgende redengevend. In het relatiebeding is overeengekomen dat het werkneemsters niet is toegestaan binnen twaalf maanden na het einde van het dienstverband op enigerlei wijze werkzaamheden te verrichten voor relaties en prospects van Extra Talent. In het relatiebeding is niet nader gedefinieerd wat onder “relaties en prospects” dient te worden verstaan. Ook nadat de arbeidsovereenkomsten van werkneemsters waren geëindigd heeft Extra Talent geen duidelijkheid verschaft wat hieronder moet worden verstaan. Zij had deze duidelijkheid naar het oordeel van de kantonrechter op eenvoudige wijze kunnen verschaffen door werkneemsters een lijst te verstrekken met de relaties en prospects die volgens haar onder de werking van het relatiebeding vallen. Dit geldt temeer nu tussen werkneemsters en Extra Talent is gecorrespondeerd over het oprichten van de VOF en het handhaven van het concurrentie- en relatiebeding door Extra Talent. Door geen helderheid te verschaffen over de relaties en prospects die volgens Extra Talent onder de reikwijdte van het relatiebeding vallen, worden werkneemsters als het ware “gegijzeld”. Zij kunnen immers geen werkzaamheden voor de VOF uitoefenen zonder het risico te lopen door Extra Talent te worden aangesproken wegens overtreding van het relatiebeding. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dient de onduidelijkheid over wat onder relaties en prospects dient te worden verstaan voor rekening en risico van Extra Talent als werkgever te komen, die het beding heeft opgesteld. Daarom zal de vordering tot schorsing van het relatiebeding worden toegewezen. Voor schorsing van het concurrentiebeding ziet de kantonrechter echter geen aanleiding. Er bestaat tussen partijen geen geschil over (de uitleg van) het concurrentiebeding en werkneemsters hebben zich bereid verklaard zich onverkort aan het concurrentiebeding te houden. Met betrekking tot de beslagen overweegt de kantonrechter dat de kantonrechter niet bevoegd is het beslag op te heffen, zodat werkneemsters voor wat betreft dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.