Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 29 september 2020Feiten
Eurostrip B.V. is onderdeel van Decor Son, een onderneming die onder andere bouwmaterialen, isolatie, tegels en tuinartikelen levert aan bouwmarkten in Europa. De productiemedewerkers van Eurostrip werken van maandag tot en met zondag volgens een schema van twee dagen op en twee dagen af, waarbij per dag 11,25 uur werd gewerkt. Werknemer is sinds 4 oktober 1999 werkzaam bij Eurostrip, laatstelijk in de functie van operator. Hij is sinds 31 maart 2020 arbeidsongeschikt. Op 29 juni 2020 heeft Eurostrip werknemer op staande voet ontslagen, wegens fraude met de tijdsregistratie. Volgens Eurostrip was binnen haar onderneming sprake van grootschalige fraude, doordat er werktijd werd geklokt, terwijl er geen werkzaamheden werden verricht. Volgens Eurostrip kwam een van de werknemers dan aan het einde van de werkdag terug en klokte deze (ook) voor zijn collega’s uit. Werknemer heeft iedere betrokkenheid ontkend en aangegeven geen kennis te hebben van het feit dat er door collega’s werd gefraudeerd met het uitklokken. Een aantal collega’s van werknemer heeft toegegeven zich hieraan schuldig te hebben gemaakt. Zij zijn niet op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt primair het ontslag op staande voet te vernietigen. Ook verzoekt hij de kantonrechter een voorlopige voorziening te treffen bestaande uit doorbetaling van zijn loon. Eurostrip voert verweer en verzoekt voorwaardelijk de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
Oordeel
Dringende reden
De kantonrechter vindt het in het kader van de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het gegeven ontslag op staande voet niet voldoende dat komt vast te staan dat werknemer weet had van de door Eurostrip gestelde grootschalige tijdsregistratiefraude door anderen en hij dit tegenover Eurostrip – volgens haar: tegen beter weten in – ook is blijven ontkennen. Het ontkennen van wetenschap van de tijdsregistratiefraude door anderen, terwijl werknemer hiervan wist of had moeten weten, levert naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden op. Een ontslag op staande voet is in het geval van werknemer, die al meer dan 20 jaar werkzaam is en verder naar behoren functioneert, in dat kader een te vergaande sanctie. Dat ligt anders voor het verwijt dat werknemer zelf heeft meegedaan aan de tijdsregistratiefraude. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat als dat komt vast te staan, het door Eurostrip gegeven ontslag op staande voet standhoudt. Daaraan kan niet afdoen dat collega’s die hebben bekend te hebben gefraudeerd, niet op staande voet zijn ontslagen. Eurostrip heeft onbetwist gesteld dat deze medewerkers de fraude hebben toegegeven en spijt hebben betuigd. Ook hebben zij een vaststellingsovereenkomst getekend waarin is opgenomen dat zij afzien van hun anciënniteit vóór 29 juni 2020 in het geval zij op enig moment aanspraak kunnen maken op de wettelijke transitievergoeding. Eurostrip mocht naar het oordeel van de kantonrechter een keuze maken anders om te gaan met het geven van ontslag op staande voet al naar gelang de opstelling van de betrokken medewerker. Uit de door Eurostrip overgelegde producties en de daarop gegeven toelichting volgt echter nog niet dat de stellingen waarop Eurostrip zich beroept zijn bewezen. Eurostrip heeft een aantal kloklijsten overgelegd. Deze leveren echter geen direct bewijs voor het frauderen met de tijdsregistratie. Ook heeft Eurostrip negen verklaringen van medewerkers overgelegd. Deze zijn echter onvoldoende concreet en specifiek. Eurostrip wordt in de gelegenheid gesteld nader bewijs te leveren van haar stellingen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Voorlopige voorziening
De kantonrechter vindt het voldoende aannemelijk dat werknemer financieel klem komt te zitten als hij verstoken blijft van loon of een uitkering. Eurostrip wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon voor de duur van het geding.