Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 14 november 2020 in dienst getreden bij werkgever in de functie van agrarisch medewerker. Op 12 maart 2021 is werknemer tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden gewond geraakt door de trap van een koe tegen zijn rechterhand. Als gevolg hiervan heeft werknemer fracturen aan twee middenhandsbeentjes opgelopen. Op 1 april 2021 heeft de bedrijfsarts in zijn rapportage vermeld dat werknemer arbeidsongeschikt is en na vier weken kan starten met het uitvoeren van lichte werkzaamheden. Op 10 mei 2021 heeft werknemer gedurende twee uur per dag zijn werkzaamheden hervat. Op 11 mei 2021 heeft werknemer een schriftelijke waarschuwing gekregen omdat hij, nadat hij niet was komen werken, niet wilde praten met werkgever over het uitvoeren van zijn re-integratiewerkzaamheden. Werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen de waarschuwing. Werkgever heeft werknemer op 8 juni 2021 meegedeeld dat hij de adviezen van de bedrijfsarts heeft gevolgd, dat de visie van werknemer over zijn re-integratieplicht niet met medische stukken wordt onderbouwd en dat de loonbetaling wordt gestopt. Werknemer heeft zich op 9 juni 2021 beschikbaar gehouden voor werk en die dag ook enkele uren gewerkt. Werknemer is op 20 juni 2021 op staande voet ontslagen omdat hij de heer X, medewerker bij werkgever, bij een bezoek aan de woning van werknemer op de borst heeft geslagen en heeft achtervolgd. Werkgever verzoekt de kantonrechter werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens opzet dan wel schuld aan het geven van een dringende reden voor de onmiddellijke opzegging.
Oordeel
Nu werknemer woonachtig is in het buitenland heeft het geschil een internationaal karakter. De rechtbank is op grond van artikel 26 Brussel I bis-Verordening bevoegd om van het voorliggende geschil kennis te nemen. De kantonrechter heeft in een andere zaak (AR 2021-1351) geoordeeld dat het door werkgever gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was. Dat betekent dat werknemer niet schadeplichtig is jegens werkgever en daarmee dat het verzoek tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding dient te worden afgewezen.