Naar boven ↑

Rechtspraak

BVK Koeriers V.O.F. c.s./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 december 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3338
Het oprichten van een vof, het persoonlijk verrichten van werkzaamheden voor die vof en het beƫindigen van de werkzaamheden voor werkgever, veronderstelt dat werknemer heeft ingestemd met beƫindiging van de arbeidsovereenkomst tussen hem en werkgever.

Feiten

Werknemer is op 1 mei 2014 – volgens hemzelf – of op 1 juli 2014 – volgens BVK Koeriers – in loondienst van BVK getreden. Hij is laatstelijk werkzaam geweest als pakketbezorger. Tussen partijen is geen schriftelijke arbeidsovereenkomst opgemaakt. Werknemer is op 18 februari 2015 samen met X een vof (hierna: Trans) aangegaan die evenals BVK een koeriersbedrijf uitoefent. Na 18 februari 2015 is werknemer werkzaamheden als pakketbezorger blijven verrichten, tot een datum in januari 2016. BVK heeft na 28 februari 2015 geen loon meer betaald. Met ingang van 11 januari 2016 is werknemer in het handelsregister uitgeschreven als vennoot van Trans. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst tussen BVK en werknemer niet rechtsgeldig is geëindigd, ook niet als gevolg van de toetreding van werknemer tot Trans, zodat deze is blijven bestaan. De arbeidsovereenkomst is vervolgens op verzoek van werknemer – voorwaardelijk – ontbonden met ingang van 1 juli 2016. Verzoeken van werknemer tot toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding zijn afgewezen. Partijen komen allebei tegen deze uitspraak op in hoger beroep. In een tussenbeschikking is BVK toegelaten te bewijzen dat de arbeidsovereenkomst met instemming van werknemer is beëindigd per 28 februari 2015. Beide partijen hebben getuigen laten horen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Op grond van de afgelegde verklaringen moet als bewezen worden aangenomen dat werknemer door het aangaan van een vof een eigen onderneming is begonnen, te weten Trans, dat hij persoonlijk in die onderneming heeft gewerkt en dat hij na februari 2015 niet meer bij BVK werkzaam is geweest. Werknemer heeft zijn werk voor Trans dus niet gecombineerd met een voortzetting van zijn dienstverband bij BVK. Het beginnen van een eigen onderneming, het daadwerkelijk persoonlijk verrichten van werkzaamheden in die onderneming en het beëindigen van zijn werkzaamheden bij BVK, een en ander kennelijk als uitvloeisel van een bepaald toekomstplan, veronderstelt dat werknemer heeft ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst die tussen hem en BVK heeft bestaan. Nu werknemer na februari 2015 niet meer bij BVK werkzaam is geweest, moet zijn instemming worden geacht ook betrekking te hebben gehad op beëindiging van de overeenkomst per de door BVK gestelde en te bewijzen datum, 28 februari 2015. BVK is derhalve in haar bewijsopdracht geslaagd. De arbeidsovereenkomst is met instemming van werknemer beëindigd per 28 februari 2015. De vordering tot betaling van achterstallig loon wordt in hoger beroep alsnog afgewezen.