Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 23 april 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:839
Feiten
Werknemer is in 2015 voor de duur van zeven maanden bij InAxtion B.V. in dienst getreden in de functie van Consultant. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentie- en een relatiebeding. Bij brief van 6 februari 2017 is de arbeidsovereenkomst omgezet naar een dienstverband voor onbepaalde tijd. In de brief is verwezen naar een ‘herbevestiging van de bedingen’. Werknemer heeft de brief voor akkoord getekend. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst in augustus 2018 opgezegd tegen 1 oktober 2018. Het voornemen van werknemer was om vervolgens in dienst te treden bij Oranjegroep Holding B.V. (hierna: Oranjegroep), meer specifiek bij de vestiging te Moerdijk. Oranjegroep is net als InAxtion een uitzendorganisatie voor technisch personeel. Beide bedienen geheel of ten dele dezelfde markt. In dit geding vordert werknemer primair (gedeeltelijke) schorsing van het concurrentiebeding en relatiebeding, subsidiair te bepalen dat hij niet gebonden is aan het concurrentiebeding, in die zin dat het hem is toegestaan bij Oranjegroep vestiging Moerdijk in dienst te treden, en meer subsidiair veroordeling van InAxtion tot betaling aan werknemer van een vergoeding van € 46.800 bruto, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, als voorschot op een vergoeding ingevolge artikel 7:653 lid 5 BW, te vermeerderen met wettelijke rente. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Of de motivering in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd toereikend is (werknemer stelt van niet), kan in het midden blijven. Het gaat inmiddels om een arbeidsovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Voorshands is het hof met de kantonrechter van oordeel dat op grond van de inhoud van de door werknemer voor akkoord getekende brief van 6 februari 2017 moet worden aangenomen dat het concurrentiebeding tussen partijen opnieuw is overeengekomen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof onderschrijft verder het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de belangenafweging van artikel 7:653 lid 3 BW, ook indien uitgegaan zou worden van de door werknemer gestelde inkomens- en positieverbetering bij Oranjegroep. Onbillijke benadeling van werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van InAxtion doet zich te minder voor nu gebleken is dat werknemer in dienst is getreden van Oranjegroep en voorlopig werkzaam is bij de vestiging van Oranjegroep te Antwerpen. Aan te nemen valt daarom dat het concurrentiebeding aan de gestelde inkomens- en positieverbetering niet in de weg staat. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis.