Naar boven ↑

Rechtspraak

Labonovum B.V./Everest Innovation B.V. c.s.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 12 april 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:709
Geen onrechtmatige werknemersconcurrentie van werknemer tevens statutair bestuurder en indirect aandeelhouder die bij concurrent in dienst wenst te treden. Concurrentiebeding in aandeelhoudersovereenkomst doet hier niet aan af.

Feiten

Werknemer is sinds 1 april 2020 in dienst van Labonovum B.V. De arbeidsovereenkomst bevat een geheimhoudingsbeding, maar geen concurrentiebeding. Werknemer is tevens medeoprichter van Labonovum en was eerder al statutair bestuurder en indirect aandeelhouder van Labonovum. In de aandeelhoudersovereenkomst is wel een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juni 2021. Per die datum is hij niet langer statutair bestuurder van Labonovum. Bij brief van 1 juni 2021 heeft werknemer de door zijn bv gehouden aandelen in Labonovum aan de overige aandeelhouders aangeboden. Werknemer is, na een aanbod daartoe, voornemens (geweest) om in dienst te treden van How Are You Diagnostics B.V. (hierna: HAYD). Tussen werknemer en Labonovum is in geschil of werknemer bij HAYD – die door Labonovum als haar concurrent wordt beschouwd – in dienst mag treden. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat dit het geval is en de vorderingen van Labonovum afgewezen. Labonovum heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof overweegt allereerst dat werknemer niet gebonden is aan het concurrentiebeding in de aandeelhoudersovereenkomst. Hij heeft de aandeelhoudersovereenkomst immers niet ondertekend en zijn persoonlijke bv evenmin. Het hof acht de kennis van werknemer van (de inhoud van) de aandeelhoudersovereenkomst derhalve onvoldoende om aanvaarding van het concurrentiebeding te kunnen aannemen. Het hof beoordeelt verder – onder meer – of werknemer zich schuldig maakt aan onrechtmatige werknemersconcurrentie (zonder dat een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen) en doet dit aan de hand van het arrest Boogaard/Vesta. Getoetst moet worden of sprake is van het stelselmatig en substantieel duurzaam afbreuk doen door werknemer aan het bedrijfsdebiet van Labonovum met gebruikmaking van vertrouwelijke kennis en gegevens die werknemer bij Labonovum heeft gekregen. Daarbij moet worden meegewogen dat werknemer naast werknemer ook statutair bestuurder van Labonovum is geweest en op die wijze bekend was met de te voeren strategie en met het reilen en zeilen van de onderneming dat de concurrentiepositie van Labonovum bepaalt. Ook moet worden meegewogen dat werknemer nauw betrokken is geweest bij octrooiaanvragen voor Labonovum. Voor de gestelde, onrechtmatige handelwijze, in het bijzonder het stelselmatig en substantieel afbreuk doen aan het bedrijfsdebiet van Labonovum, zijn echter onvoldoende aanknopingspunten te vinden. Zelfs als de CEO van HAYD uitspraken heeft gedaan over het kunnen namaken van bepaalde producten en het kopiëren van een geheim recept voor bewaarvloeistof (wat vooralsnog niet is komen vast te staan), dan kan dit niet zonder meer aan werknemer worden toegerekend, laat staan dat dit betekent dat werknemer jegens Labonovum onrechtmatig handelt. Werknemer is bovendien gebonden aan een geheimhoudingsbeding, waarvan hij zelf aangeeft zich eraan te zullen houden. Niet gesteld of gebleken is dat werknemer daadwerkelijk vertrouwelijke informatie heeft meegenomen en dat deze ter beschikking van HAYD is gekomen. Van enige schade van de zijde van Labonovum is evenmin gebleken. Van onrechtmatige werknemersconcurrentie is naar het voorlopige oordeel van het hof dan ook geen sprake. Dat er een concurrentieafspraak in de aandeelhoudersovereenkomst is opgenomen waar werknemer kennis van had, maakt dit niet anders. Het beroep van Labonovum op de redelijkheid en billijkheid faalt eveneens. Het hof bekrachtigt het kortgedingvonnis in eerste aanleg.