Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Tinti GmbH & Co KG
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 17 mei 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:3213
Overgang van onderneming met wijziging standplaats van Etten-Leur naar Heidelberg (Duitsland). Werknemer is na de overgang niet in Heidelberg verschenen en weggestuurd op de nog bestaande locatie in Etten-Leur. De voorlopige voorziening tot (door)betaling van het loon wordt toegewezen.

Feiten

Werknemer is in dienst bij Nature’s Choice. Nature’s Choice en Tinti GmbH & Co KG (hierna: Tinti) zijn sinds 21 juni 2016 zustervennootschappen. Binnen het concern is besloten om de productieafdeling van Nature’s Choice vanuit Etten-Leur te verhuizen naar Tinti in Heidelberg (Duitsland). Op 21 september 2021 zijn de werknemers van Nature’s Choice geïnformeerd over deze overgang. In deze brief is onder meer opgenomen dat sprake is van een overgang van onderneming, de standplaats wijzigt van Etten-Leur naar Heidelberg (Duitsland) en eventueel bezwaar van werknemers tegen de overgang betekent dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op de datum van overgang (zonder toekenning van een transitievergoeding). Op 12 november 2021 heeft de gemachtigde van werknemer aan Tinti, onder andere, het volgende gemaild: “Ten tweede verlangt u kennelijk van cliënt dat hij de overstap maakt naar een Duitse werkgever, hetgeen hem in de praktijk 5,5 uur enkele reistijd op zal gaan leveren. Dat kan in redelijkheid niet van cliënt verwacht worden.” Op 17 december 2021 heeft de gemachtigde van werknemer, voor zover van belang, het volgende aan Tinti gemaild: “Kortom, cliënt weigert niet mee over te gaan bij een eventuele overgang van onderneming, maar hij is niet akkoord met een wijziging van zijn standplaats, laat staan dat hij op dit moment zijn arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen. Cliënt blijft beschikbaar om ook na 1 januari zijn werkzaamheden in Nederland uit te voeren.” Per 1 januari 2022 is werknemer in dienst getreden bij Tinti. Op maandag 3 januari 2022 heeft werknemer zich gemeld op zijn werkplek in Etten-Leur. In opdracht van Tinti is werknemer gevraagd het pand te verlaten en zijn sleutels in te leveren. Na een brief van 7 januari 2022 heeft Tinti het loon van werknemer stopgezet. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c BW met toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding. Als voorlopige voorziening verzoekt werknemer de kantonrechter om Tinti voor de duur van de procedure te veroordelen het achterstallig loon te betalen vanaf 1 januari 2022. In deze tussenbeschikking staat de beoordeling van de voorlopige voorziening centraal.

Oordeel

Tussen partijen staat vast dat sprake is van een overgang van onderneming tussen Nature’s Choice en Tinti en da twerknemer als gevolg hiervan per 1 januari 2022 in dienst is getreden bij Tinti. Sinds deze overgang op 1 januari 2022 heeft werknemer niet (meer) gewerkt voor Tinti. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft werknemer vanaf 1 januari 2022 recht op loon. Door de overgang van onderneming per 1 januari 2022 is sprake van een aanmerkelijke wijziging van arbeidsvoorwaarden ten nadele van werknemer, namelijk een standplaatswijziging van Etten-Leur naar Heidelberg en daarmee een reistijd van ruim 5,5 uur enkele reis zonder files en rusttijden. Werknemer heeft verklaard dat het voor hem onduidelijk was waar hij op de eerste werkdag na 1 januari 2022 diende te verschijnen. Aan hem was gedurende de onderhandelingen over de beëindiging van het dienstverband aangeboden om nog enkele maanden in Etten-Leur te blijven werken en de praktische invulling van de overgang naar Heidelberg was niet besproken. Daarom heeft hij zich op 3 januari 2022 gemeld op de werklocatie in Etten-Leur en zich daar beschikbaar gesteld om werkzaamheden te verrichten. Nadat hij op 3 januari 2022 weg is gestuurd in Etten-Leur heeft (de gemachtigde van) werknemer op 4 januari 2022 nogmaals aan Tinti kenbaar gemaakt dat werknemer beschikbaar is om zijn werkzaamheden te hervatten. Hoewel het niet aan de werknemer is om te bepalen waar hij zijn werkzaamheden dient te verrichten, had – gezien de aanmerkelijke wijziging – van Tinti verwacht mogen worden meer informatie te geven omtrent deze standplaatswijziging en om in gesprek te treden met werknemer over de praktische invulling hiervan. Bovendien blijkt uit de processtukken niet dat werknemer er – ook niet nadat hij kenbaar heeft gemaakt mee over te willen gaan naar Tinti – nadrukkelijk op is gewezen dat hij op 3 januari 2022 in Heidelberg diende te verschijnen. Nu Tinti werknemer heeft weggestuurd op de locatie in Etten-Leur, waar nog wel werkzaamheden werden verricht, en zowel voor als na de overgang heeft nagelaten in gesprek te treden met werknemer over de praktische invulling van het werken in Heidelberg is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter sprake van een omstandigheid waardoor het niet werken van werknemer in redelijkheid voor rekening van werkgever dient te komen en de hoofdregel van artikel 7:628 BW van toepassing is. Tinti heeft dan ook het loon van werknemer ten onrechte stopgezet. De voorlopige voorziening tot (door)betaling van het loon zal worden toegewezen. Tinti heeft geen verweer gevoerd jegens de verzochte wettelijke verhoging. De kantonrechter zal de wettelijke verhoging stellen op 50%.