Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 31 mei 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:3140
Feiten
Werknemer is in dienst bij Nature’s Choice. Nature’s Choice en Tinti GmbH & Co KG (hierna: Tinti) zijn sinds 21 juni 2016 zustervennootschappen. Binnen het concern is besloten om de productieafdeling van Nature’s Choice vanuit Etten-Leur te verhuizen naar Tinti in Heidelberg (Duitsland). Op 21 september 2021 zijn de werknemers van Nature’s Choice geïnformeerd over deze overgang. In deze brief is onder meer opgenomen dat sprake is van een overgang van onderneming, de standplaats wijzigt van Etten-Leur naar Heidelberg (Duitsland) en eventueel bezwaar van werknemers tegen de overgang betekent dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op de datum van overgang (zonder toekenning van een transitievergoeding). Op 12 november 2021 heeft de gemachtigde van werknemer aan Tinti, onder andere, het volgende gemaild: “Ten tweede verlangt u kennelijk van cliënt dat hij de overstap maakt naar een Duitse werkgever, hetgeen hem in de praktijk 5,5 uur enkele reistijd op zal gaan leveren. Dat kan in redelijkheid niet van cliënt verwacht worden.” Op 17 december 2021 heeft de gemachtigde van werknemer, voor zover van belang, het volgende aan Tinti gemaild: “Kortom, cliënt weigert niet mee over te gaan bij een eventuele overgang van onderneming, maar hij is niet akkoord met een wijziging van zijn standplaats, laat staan dat hij op dit moment zijn arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen. Cliënt blijft beschikbaar om ook na 1 januari zijn werkzaamheden in Nederland uit te voeren.” Per 1 januari 2022 is werknemer in dienst getreden bij Tinti. Op maandag 3 januari 2022 heeft werknemer zich gemeld op zijn werkplek in Etten-Leur. In opdracht van Tinti is werknemer gevraagd het pand te verlaten en zijn sleutels in te leveren. Na een brief van 7 januari 2022 heeft Tinti het loon van werknemer stopgezet. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c BW met toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding.
Oordeel
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Tussen partijen staat vast dat sprake is van een overgang van onderneming tussen Nature’s Choice en Tinti en dat als gevolg hiervan werknemer per 1 januari 2022 in dienst is getreden bij Tinti. Tinti verzet zich niet tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting aan de orde is geweest, werknemer voldoende heeft gesteld dat sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbinden en acht het redelijk daarbij aan te sluiten bij de opzegtermijn van de werkgever, namelijk twee maanden. De arbeidsovereenkomst zal daarom worden ontbonden per 1 augustus 2022.
Transitievergoeding
Partijen twisten over de vraag of werknemer aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Het is evident dat sprake is van een aanmerkelijk wijziging in de arbeidsvoorwaarden ten nadele van werknemer in de zin van artikel 7:665 BW vanwege de reisafstand die meer bedraagt dan redelijkerwijs van werknemer gevergd kan worden, namelijk 5,5 uur enkele reis zonder files en rusttijden. Hierdoor wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn beëindigd op initiatief van de werkgever en heeft werknemer in beginsel recht op een transitievergoeding. Tinti heeft daartegen aangevoerd dat werknemer uitsluitend in Nederland werkzaamheden wilde verrichten en daarmee niet heeft gehandeld zoals een goed werknemer betaamt. Deze vooropgezette handelwijze staat volgens Tinti aan toekenning van de transitievergoeding in de weg. De kantonrechter volgt Tinti hierin niet. Van een vooropgezette handelswijze is niet gebleken en bovendien is hetgeen zij heeft gesteld hieromtrent onvoldoende om te oordelen dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en daarom geen recht heeft op een transitievergoeding.
Billijke vergoeding
De kantonrechter stelt voorop dat Tinti ingevolge artikel 7:663 BW ook kan worden aangesproken op een schending van de informatieplicht door Nature’s Choice. Nature’s Choice heeft in een gesprek met onder andere werknemer kenbaar gemaakt dat de productiefaciliteit zou worden verplaatst naar Heidelberg, Duitsland. De hierna verstuurde brief van 21 september 2021 is onjuist en onvolledig: zo kan werknemer vanwege de aanmerkelijke wijziging in zijn arbeidsvoorwaarden in zijn nadeel wel aanspraak maken op een transitievergoeding. Ook is niets genoemd over de praktische invulling van de overgang voor de werknemers die mee (willen) overgaan naar Heidelberg. De gemachtigde van Tinti heeft hierover verklaard dat in eerste instantie geen enkele werknemer mee over wenste te gaan naar Heidelberg. Hierom heeft Tinti haar inspanningen gericht op het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met werknemers in plaats van het geven van informatie over de praktische invulling van het werken in Heidelberg. Gelet hierop en het feit dat werknemer, nadat hij zich eerder op het standpunt had gesteld dat een overstap naar Tinti in Heidelberg niet van hem kon worden gevergd, pas op 17 december 2021 kenbaar heeft gemaakt mee over te willen gaan naar Tinti in Heidelberg, acht de kantonrechter dit handelen van Tinti dan wel Nature’s Choice niet ernstig verwijtbaar. De kantonrechter volgt werknemer wel in het standpunt dat Tinti ten onrechte zijn loon heeft stopgezet. Hoewel Tinti hiermee en met het nalaten om in gesprek te treden verwijtbaar heeft gehandeld, acht de kantonrechter het niet ernstig verwijtbaar en onvoldoende voor toekenning van een billijke vergoeding. Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat Tinti (dan wel haar rechtsvoorgangster Nature’s Choice) verschillende fouten heeft gemaakt en daarmee verwijtbaar heeft gehandeld, maar dat de (hoge) lat van ernstig verwijtbaar handelen niet wordt gehaald. Het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.