Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 11 maart 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:2953
Geestelijk verzorger heeft mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond richting stagiaire. Partijen krijgen in ontbindingsprocedure gelegenheid aan kantonrechter te berichten of en welke getuigen zij nog wensen te horen.

Feiten

Werknemer is sinds 1 augustus 2018 in dienst bij werkgeefster in de functie van geestelijk (islamitisch) verzorger. De cao voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg is op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Eind 2021 heeft een stagiaire (een praktiserend gelovige) aan haar stagebegeleidster laten weten dat werknemer op 6 oktober 2021 handtastelijk is geweest tijdens een autorit vanaf een cliënt naar de locatie van werkgeefster. De stagebegeleidster heeft dit op 4 november 2021 aan de leidinggevende van werknemer doorgegeven, waarop werknemer diezelfde dag op non-actief is gesteld. De stagiaire heeft op 5 november 2021 verklaard dat werknemer haar, terwijl zij meermaals aangaf er niet van gediend te zijn, heeft aangeraakt bij haar schouders, nek, been en handen en dat zij zich tijdens de betreffende autorit niet veilig heeft gevoeld. Werknemer heeft in een gesprek van 5 november 2021 ontkend dat dit is gebeurd en heeft aangegeven dat ‘zijn enige fout’ is geweest dat hij een stagiaire heeft laten meerijden in zijn auto. Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verwijt dat werkgeefster werknemer maakt, is dat hij seksueel overschrijdend gedrag heeft vertoond richting de stagiaire tijdens de autorit van de cliënt naar het kantoor van werkgeefster op 6 oktober 2021. De stelplicht en bewijslast daarvan ligt bij werkgeefster. Werkgeefster heeft ter onderbouwing van haar standpunt gewezen op de op papier gestelde verklaringen van de stagiaire, de stagebegeleidster, het gespreksverslag van het gesprek met werknemer op 5 november 2021 en de verklaringen van de tijdens de mondelinge behandeling gehoorde getuigen, waaronder die van de stagiaire en de moeder van de stagiaire. De kantonrechter heeft verder tijdens de mondelinge behandeling begrepen dat werkgeefster zich nog beraadt of zij nog een getuige wil horen, namelijk degene die bij het gesprek op 5 november 2021 met werknemer aanwezig was. Gelet hierop wordt werkgeefster in de gelegenheid gesteld te berichten of zij nog nadere getuigen wenst te horen. Werknemer heeft aangegeven zich te willen beraden over het horen van zijn zussen als getuigen. De kantonrechter geeft ook hem die gelegenheid. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.