Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 8 juli 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:5726
Feiten
Werkneemster is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij maatschap Dentiz centrum voor mondzorg (hierna: Dentiz) in dienst getreden als tandartsassistente. Bij brief van 27 januari 2022 is werkneemster door Dentiz op staande voet ontslagen vanwege het liegen over een positieve coronatest. Denitz verzoekt onder meer de betaling van een onregelmatigheidsvergoeding door werkneemster. Bij tegenverzoek verzoekt werkneemster onder meer een deugdelijke eindafrekening met Dentiz.
Oordeel
Dat werkneemster een foto naar Dentiz heeft gestuurd van een positieve zelftest die niet door haar is ondergaan, staat vast. Werkneemster heeft echter aangevoerd dat zij deze foto per ongeluk naar Dentiz heeft gestuurd. Ter zitting heeft werkneemster verklaard dat zij op 26 januari 2022 een zelftest op het werk heeft gedaan, dat die zelftest weliswaar wazig was, maar wel een positieve uitslag gaf, dat zij een foto van de zelftest had gemaakt maar de zelftest niet mee naar huis had genomen en dat zij door haar manager naar huis was gestuurd om een afspraak bij de GGD te maken. Terwijl ze telefonisch in de wacht stond bij de GGD ontving werkneemster het volgende Whatsappbericht: “Hi, ineens was jij weg. Kun jij vandaag wel de pcr-test zo snel mogelijk inplannen?? Heb jij een foto van de test?” . Werkneemster heeft vervolgens de verkeerde foto toegestuurd. Dentiz erkent dat de foto van de zelftest op de praktijk is gemaakt. Vastgesteld wordt dat werkneemster een foto heeft gemaakt van de door haar op de werkvloer afgenomen coronazelftest. De kantonrechter heeft daarnaast geconstateerd dat werkneemster niet enkel deze foto met als datum 26 januari 2022 op haar telefoon had staan, maar dat er nog zeven andere foto’s van zelftesten met als datum 26 januari 2022 op haar telefoon staan. Werkneemster heeft desgevraagd toegelicht dat de andere foto’s c.q. afbeeldingen van zelftesten van internet afkomstig zijn en dat zij die gebruikte voor haar blog op sociale media over het onderwerp ‘corona’. Een van die foto’s die afkomstig is van internet met als datum 26 januari 2022 en tijdstip 10:51 uur wordt door zowel de kantonrechter als Dentiz herkend als de foto die werkneemster aan Dentiz heeft toegestuurd. Tegen de achtergrond van het voorgaande acht de kantonrechter het mogelijk dat werkneemster in een voor haar stressvolle situatie, mede gelet op de vele foto’s van zelftesten op haar telefoon, per ongeluk een verkeerde foto van een zelftest naar Dentiz heeft opgestuurd. Het ligt dan op de weg van Dentiz om voldoende concreet te onderbouwen dat werkneemster (bewust) heeft gelogen over een positieve coronatest en met opzet een verkeerde foto heeft gestuurd. Anders dan door Dentiz bepleit, leidt de omstandigheid dat werkneemster niet direct haar ‘fout’ (het toesturen van de verkeerde zelftest) had toegegeven, er niet toe dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet is. Zodoende wordt het verzoek tot betaling van de onregelmatigheidsvergoeding afgewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat werkneemster door opzet of schuld aan Dentiz een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Werkneemster heeft in verband met de onregelmatige opzegging recht op een transitievergoeding. Werkneemster heeft een bedrag van € 1.900 bruto aan transitievergoeding berekend. Een nadere toelichting van dit bedrag ontbreekt. De kantonrechter is met Dentiz van oordeel dat werkneemster een te hoog bedrag aan transitievergoeding heeft berekend. Uitgaande van een brutomaandloon van € 1.759,97 komt de transitievergoeding neer op een bedrag van € 1.736,44 bruto berekend over de periode van 1 mei 2019 tot en met 27 januari 2022. Werkneemster stelt dat zij geen deugdelijke eindafrekening heeft ontvangen. Dit is ter zitting door Dentiz erkend. Weliswaar heeft Dentiz vervolgens aangevoerd dat zij een eindafrekening aan werkneemster heeft verstrekt, maar dit is verder niet onderbouwd zodat dit niet kan worden vastgesteld. De verzochte verstrekking van een deugdelijke eindafrekening zal daarom alsnog worden toegewezen.