Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 28 juli 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:4417
Feiten
Werknemer is op 6 juli 2021 in dienst getreden bij International Car Lease Holding B.V. (hierna: ICLH) in de functie van autopoetser en vanaf 21 december 2021 voor onbepaalde tijd. Werknemer is op 27 januari 2022 door zijn leidinggevende gevraagd om op te letten wat hij tegen een vrouwelijke collega van 22 jaar zei. Op 25 februari 2022 heeft een vrouwelijke collega van werknemer bij ICLH melding gemaakt van seksueel intimiderende opmerkingen door werknemer richting een werkneemster. Op 1 maart 2022 heeft deze vrouwelijke collega een melding ingediend. Werknemer ontkende, maar gaf wel aan dat hij in het bijzijn van de vrouwelijke collega en een andere collega een seksueel geluid heeft gemaakt. Werknemer is door ICLH vrijgesteld van werk met behoud van salaris. ICLH heeft aan werknemer in het gesprek van 3 maart 2022 twee opties voorgehouden, namelijk (i) een vaststellingsovereenkomst te sluiten of (ii) een gerechtelijke procedure te beginnen. Na dit gesprek is werknemer naar de vestiging gereden waar de vrouwelijke collega werkt en heeft haar kluisje en die van een collega vernield/beschadigd. ICLH heeft werknemer daarover gehoord op 4 maart 2022 en werknemer is op dezelfde datum op staande voet ontslagen. Werknemer heeft inmiddels een nieuwe baan gevonden tegen een lager salaris. Werknemer verzoekt onder meer een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding, een billijke vergoeding en zijn achterstallig loon. Volgens werknemer is geen sprake van een dringende reden, omdat niet is gebleken dat de vrouwelijke collega zich onveilig heeft gevoeld door zijn handelen en het maken van de grappen past in de informele werksfeer en de mannencultuur op de werkvloer van ICLH. Volgens ICLH is werknemer terecht op staande voet ontslagen omdat hij de kluisjes van twee werkneemsters heeft vernield, nadat hij was aangesproken op grensoverschrijdend gedrag.
Oordeel
Het grensoverschrijdend gedrag richting een vrouwelijke collega dat werknemer wordt verweten is voor ICLH op zichzelf geen dringende reden voor het ontslag op staande voet. Werknemer is door ICLH op staande voet ontslagen wegens het vernielen/beschadigen van kluisjes van twee collega’s. De kantonrechter is toch van oordeel dat - gelet op alle omstandigheden van het geval - werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Werknemer had niet zo mogen handelen als hij heeft gedaan door na het gesprek op het hoofdkantoor naar de werkvloer te rijden en daar de kluisjes van twee collega’s te vernielen en te beschadigen. Aan de hand van de overgelegde foto’s blijkt dat het om een forse deuk in de deuren van de kluisjes gaat. Door uitgerekend de kluisjes van de meldsters van zijn gedrag te vernielen/te beschadigen is werknemer te ver gegaan. De verzoeken van werknemer worden afgewezen. ICLH wordt veroordeeld het bedrag van € 359 netto, dat is afgetrokken van zijn salaris en de nieuwwaarde van de kluisjes is, aan werknemer te betalen.