Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/F-Support B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 3 december 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:11838
Opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer? Kantonrechter oordeelt dat een nieuwe mondelinge behandeling nodig is om de zaken toe te lichten.

Feiten

Werknemer is op of omstreeks 6 mei 2016 als uitzendkracht tewerkgesteld bij bedrijf X. Op of omstreeks 17 december 2018 is werknemer rechtstreeks in dienst getreden bij F-Support B.V. (hierna: F-Support) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Laatstelijk is werknemer gedetacheerd bij bedrijf Y, een van de opdrachtgevers van F-Support. Op 6 mei 2020 heeft werknemer op de locatie van bedrijf Y een sigaret gerookt op een plek waar dat niet was toegestaan. F-Support is hiervan op de hoogte gebracht. Werknemer is diezelfde dag nog uitgenodigd voor een gesprek dat vervolgens in de middag heeft plaatsgevonden. F-Support heeft diezelfde dag een brief aan werknemer gestuurd met daarin de bevestiging van zijn ontslag op eigen verzoek. Werknemer heeft de leaseauto enkele dagen later ingeleverd. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat hij zijn arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd.

Oordeel

De kern van het geschil betreft de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en F-support voortduurt. Ter beantwoording van deze vraag moet in rechte worden beoordeeld of werknemer de brief van 6 mei 2020 al dan niet heeft ondertekend. Indien dat het geval is, moet de bewuste brief worden aangemerkt als de bevestiging van zijn mondeling genomen ontslag. Vervolgens moet worden beoordeeld of F-Support hem al dan niet mag houden aan die ontslagname. Werknemer heeft  stellig ontkend dat de handtekening op die brief van hem afkomstig is. De brief levert dan geen dwingend bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de handtekening afkomstig is. De bewijslast dat de handtekening is gezet door werknemer rust op F-Support, de partij die zich beroept op de bewijskracht van de brief van 6 mei 2020. De kantonrechter acht het echter noodzakelijk om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen om nader door partijen te worden geïnformeerd. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.