Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ Ruimbaan Uitzendbureau B.V. - Asbestsanering en Milieutechniek Vissers B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 14 december 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:7597
Werknemer verrichtte (zeer) risicovolle werkzaamheden en de kans op arbeidsongevallen was dus groot. Uitzender kan zich onder die omstandigheden jegens werknemer niet beperken tot het op zorgvuldige wijze verlenen van de opdracht aan inlener.

Feiten

Werknemer is, op basis van een uitzendovereenkomst, in dienst van Ruimbaan. Werknemer is per 5 februari 2020 door Ruimbaan uitgeleend aan Vissers. Op 20 augustus 2020 heeft werknemer asbestsaneringswerkzaamheden voor Vissers verricht, bestaande uit het verwijderen van een plafond. Daarbij is een deel van het plafond naar beneden gekomen waardoor de kamersteiger is gaan wankelen en werknemer ervan af is gevallen. Als gevolg van het ongeval heeft werknemer onder andere twee gebroken polsen opgelopen. In verband daarmee is werknemer op 4 september 2020 geopereerd. Werknemer heeft Ruimbaan en Vissers op 16 oktober 2020 respectievelijk 19 oktober 2020 aansprakelijk gesteld voor het ongeval. Ruimbaan en Vissers hebben de aansprakelijkheid voor het ongeval afgewezen. Werknemer is per 1 februari 2021 hersteld gemeld. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat Ruimbaan en/of Vissers aansprakelijk is/zijn voor de ten gevolge van het (arbeids)ongeval geleden schade.

Oordeel

Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer op 20 oktober 2020 tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden het hiervoor beschreven ongeval is overkomen. Daarmee zijn Ruimbaan en Vissers in beginsel aansprakelijk, tenzij zij aantonen dat zij de zorgplicht zijn nagekomen of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. De kantonrechter overweegt dat verwacht had mogen worden dat werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden (bij herhaling) zou zijn geïnstrueerd. Niet gesteld of gebleken is dat dit is gebeurd. Ruimbaan heeft aangevoerd dat zij als uitzendbureau geen toezicht en instructiebevoegdheid heeft op de uitvoering van het werk. De kantonrechter overweegt dat Ruimbaan de zorg voor de veiligheid van haar werknemer kennelijk geheel heeft overgelaten aan Vissers. Werknemer verrichtte (zeer) risicovolle werkzaamheden en de kans op arbeidsongevallen was dus groot/groter. Ruimbaan kan zich onder die omstandigheden jegens werknemer niet beperken tot het op zorgvuldige wijze verlenen van de opdracht. Geconcludeerd wordt dat zowel Ruimbaan als Vissers niet heeft aangetoond dat zij de zorgplicht zijn nagekomen. De kantonrechter oordeelt verder dat ook indien Ruimbaan en Vissers zouden worden gevolgd in hun stelling dat werknemer degene is geweest die de steiger (zonder overleg en tegen de veiligheidsinstructies) heeft aangepast, dit dan niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat sprake is geweest van bewust roekeloos handelen van werknemer. Wanneer de steiger is aangepast, is gesteld noch gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat werknemer onmiddellijk voorafgaand aan het hem overkomen ongeval daadwerkelijk besefte dat hij zich daarvan in verband met de aanmerkelijke kans op het verwezenlijken van het daardoor in het leven geroepen gevaar had behoren te weerhouden. Derhalve is niet aangetoond dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid.