Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/TSG Netherlands B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 10 januari 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:330
Vervolg op AR 2022-0856. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft geen recht op transitievergoeding want hij heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door zijn urenstaten onjuist in te vullen.

Oordeel

Het hof oordeelt dat werknemer heeft berust in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en in hoger beroep alleen nog verzoekt om veroordeling van TSG tot het betalen van de wettelijke transitievergoeding. Daarom valt niet in te zien dat, en zo ja waarom, werknemer belang heeft bij de door hem verzochte verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen in strijd met het opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte is beëindigd. Ten aanzien van de transitievergoeding overweegt het hof dat werknemer een ernstig verwijt treft van het feit dat hij jarenlang in strijd met de regels onjuist ingevulde urenstaten heeft ingediend. Het hof kan zich voorstellen dat werknemer, als hij daar vanwege zijn slechte gezondheid in de periode van januari tot en met maart 2021 behoefte aan had, wat meer en/of langere rustpauzes nam, maar dit vormt een onvoldoende verklaring voor de regelmatig erg lange duur van deze pauzes, en voor diverse door TSG gegeven – en door werknemer niet gemotiveerd weersproken – voorbeelden van onjuistheden in de door hem ingevulde urenstaten in de periode vanaf februari 2019, dat wil zeggen geruime tijd voordat hij gezondheidsproblemen kreeg. Het in deze mate indienen van onjuist ingevulde urenstaten valt op geen enkele manier goed te praten. Weliswaar is werknemer ruim 25 jaar in dienst geweest van TSG en zijn partijen het erover eens dat werknemer tijdens het dienstverband goed heeft gefunctioneerd, van een relatief kleine misstap kan naar het oordeel van het hof in dit geval niet gesproken worden. Daarom ziet het hof, evenals de kantonrechter, geen grond voor toekenning van een transitievergoeding aan werknemer.