Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 29 maart 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:7757
TSG Netherlands B.V. (hierna: TSG) is in de gelegenheid gesteld haar stelling te bewijzen dat werknemer in 2019 en 2020 stelselmatig privétijd heeft opgenomen in de timesheet als werktijd en daarmee onjuiste opgaven heeft gedaan van zijn gewerkte uren om zo een hoger salaris uitbetaald te krijgen. Daartoe heeft zij de reeds overgelegde documenten – ingediende urenstaten, overzicht TomTom-systeem en data uit het TSG-servicesysteem – gecombineerd en als nieuw overzichtsdocument overgelegd. Uit het overzichtsdocument blijkt dat werknemer regelmatig de werktijd laat ingaan terwijl hij nog niet weggereden is vanaf zijn thuisadres en dat hij de werktijd laat doorlopen terwijl hij al thuis is. TSG verzoekt de kantonrechter onder meer de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond. TSG vordert voorts terugbetaling van het aan werknemer onverschuldigd betaalde loon. Uit het overzicht blijkt dat werknemer totaal 4.756 minuten onterecht heeft geschreven in januari, februari en maart 2021. Dat is omgerekend 79,27 uren of wel een bedrag van € 1.735.94. Werknemer stelt zich op het standpunt dat door overlegging van de deskundigenoordelen van het UWV van 20 juli 2021 en 7 oktober 2021 het redelijk vermoeden van fraude is komen te vervallen, omdat werknemer over de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 april 2021 arbeidsongeschikt was en om die reden genoodzaakt was om voor zichzelf extra pauzes in te lassen om niet opnieuw om te vallen. Dat brengt mee, aldus werknemer, dat TSG niet gerechtigd was om het tijdschrijfsysteem te gebruiken ter controle van het functioneren van werknemer. Dat is een schending van zijn privacy. Hij verzoekt dan ook dat de kantonrechter terugkomt op zijn eerdere beslissing om TSG in de gelegenheid te stellen om nader bewijs over te leggen van verwijtbaar handelen.
Oordeel
De kantonrechter ziet in het nieuw overgelegde deskundigenoordeel van 7 oktober 2021 - dat van 20 juli 2021 was immers al eerder overgelegd - geen aanleiding om terug te komen op zijn eerdere beslissingen en overwegingen in de beschikking van 24 september 2021. De vraag of werknemer arbeidsongeschikt was op 26 mei 2021 heeft nimmer ten grondslag gelegen aan enige overweging die heeft geleid tot de bewijsopdracht aan TSG. Die bewijsopdracht is gegeven omdat TSG zich op het standpunt stelt dat werknemer (in ieder geval) vanaf januari 2019 structureel privétijd als werktijd registreert, hetgeen werknemer heeft betwist. Dat TSG daarvoor onder andere het tijdschrijfsysteem gebruikt, leidt nog niet als vanzelfsprekend tot een schending van de privacy van werknemer. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer , gelet op de gedetailleerde weergave van TSG, onvoldoende specifiek verweer heeft gevoerd. Hij heeft zich alleen in algemene termen verweerd. Hier en daar verwijst werknemer naar omstandigheden die zouden volgen uit zijn eigen bijgehouden schriftelijke administratie, maar die administratie is niet ter onderbouwing overgelegd. Deze algemeenheden verklaren weliswaar enig verschil tussen de verschillende systemen, maar niet de vele extra minuten werktijd over 209 werkdagen in de periode januari 2019 tot en met februari 2021. Die extra uren varieerden tussen de 76 en 446 minuten extra werktijd per dag. Op grond van het voorgaande is met voldoende mate van zekerheid komen vast te staan dat werknemer herhaaldelijk niet-werkgerelateerde bezigheden heeft gehad die hij in strijd met de waarheid als gewerkte uren heeft ingeboekt en heeft laten uitbetalen. Daarmee heeft TSG genoegzaam het benodigde bewijs geleverd voor de jaren 2019 en 2020. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de onjuiste opgaven van gewerkte uren in 2021 niet meer op zichzelf staan, maar dat sprake is van een jarenlang patroon van onjuiste opgaven om een hoger salaris uitbetaald te krijgen, en daarmee van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, zodanig dat van TSG in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat betekent dat de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond toewijsbaar is en dat de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2022 wordt ontbonden. Hoewel vastgesteld kan worden dat werknemer meer uren heeft geschreven dan hij daadwerkelijk heeft gewerkt, is de kantonrechter van oordeel dat vooralsnog onvoldoende duidelijk is hoe zich dat precies heeft vertaald in het te veel ontvangen salaris. Uit de salarisspecificatie van maart 2021 blijkt immers dat slechts een bedrag van € 330,91 op basis van 14,5 uur aan overuren is uitbetaald, terwijl op grond van productie 16 er aanzienlijk meer overuren zouden zijn. De vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde loon van TSG op dit onderdeel is dan ook onvoldoende onderbouwd en zal daarom worden afgewezen.