Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 22 maart 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:2450
Feiten
Werknemers zijn tussen 2001 en 2016 bij IJmond Transport Kippervervoer B.V. (hierna: IJmond) in dienst getreden. De arbeidsovereenkomsten van werknemers zijn in 2021 dan wel 2022 beëindigd. Werknemers die destijds in dienst waren, hebben van IJmond op 9 februari 2007 een brief ontvangen waarin uitleg staat over de bepaling van onder meer hun salaris en verlof. Werknemers vorderen verklaringen voor recht, nabetalingen en toekomstige betalingen ten aanzien van ploegentoeslag, overuren(toeslag), vakantiebijslag, reiskostenvergoeding en ATV-dagen. Werknemers vinden dat IJmond het uit te betalen salaris vanaf 2007 verkeerd heeft berekend in strijd met de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg (hierna: de cao).
Oordeel
Partijen verschillen van mening over de hoogte van het percentage van de ploegentoeslag die IJmond aan de werknemers moet betalen. Werknemers vinden dat dat 13,75% moet zijn, IJmond betaalt 11,25%. Bij IJmond werken vier verschillende ploegen, waarbij de ploegen elkaar twee om twee per 24 uur afwisselen; eerst werken ploeg 1 en 2 vier dagen lang diensten van 12 uur, waarbij ploeg 1 de dagdienst en ploeg 2 de nachtdienst werkt. Vervolgens doen ploeg 3 en 4 dit vier dagen lang, ploeg 1 en 2 zijn dan vier dagen vrij. Werknemers vinden dat dit moet worden aangemerkt als een systeem van vier ploegen (drie of meer ploegen volgens de cao) en dat er dus een ploegentoeslag van 13,75% betaald moet worden. In het systeem van IJmond werken de werknemers vier dagen een dagdienst, dan werken zij vier dagen niet, vervolgens vier dagen een nachtdienst en daarna vier dagen niet. De cao voorziet niet in deze systematiek, maar de systematiek sluit volgens de kantonrechter het meest aan bij het tweeploegendienstsysteem met een dagdienst en een nachtdienst. De conclusie is dat IJmond terecht 11,25% ploegentoeslag betaalt.
Partijen verschillen van mening over de vraag of IJmond de werknemers voldoende loon en toeslag betaalt voor door de werknemers gewerkte (over)uren. De kantonrechter stelt voorop dat partijen verschillende berekeningen hebben overgelegd met gedeeltelijk dezelfde en gedeeltelijk andere uitgangspunten. Partijen hebben niet kunnen toelichten waar de verschillen in de berekeningen exact vandaan kwamen. De gevorderde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen. Hoewel werknemers niet expliciet nabetaling van garantie-uren vorderen, volgt uit de producties van werknemers wel dat die garantie-uren onderdeel zijn van hun berekening. Nu IJmond de garantie-uren ten onrechte niet heeft betaald, wordt IJmond veroordeeld tot nabetaling. Voor de berekening van het bedrag dat moet worden nabetaald, gelden enkele uitgangspunten. Dat geldt voor zover de cao van toepassing was op de arbeidsovereenkomsten van werknemers. Gegeven dat is geoordeeld dat IJmond de juiste ploegentoeslag betaalt, is geen sprake van achterstallige vakantiebijslag over ploegentoeslag. In de arbeidsovereenkomst van werknemers staat dat aan hen een reiskostenvergoeding van maximaal € 11,40 per dag wordt betaald. De reiskostenvergoeding is echter gemaximeerd op € 9. Werknemers vorderen nabetaling van het verschil van € 1.719,71 netto over de periode oktober 2016 tot en met december 2021. De vordering wordt toegewezen. Werknemers vorderen dat de kantonrechter voor recht verklaart dat IJmond geen ATV-dagen heeft uitgekeerd aan werknemers in de periode 2016 tot heden, waartoe zij op grond van de cao wel gehouden zou zijn. Zij vorderen vooralsnog geen betaling ten aanzien van de ATV-dagen. Het niet uitbetalen van ATV-dagen is in strijd met de cao en dus een nietige afspraak, hoewel werknemers daarvoor (volgens IJmond in hun voordeel) worden gecompenseerd. Op grond van de cao hebben de werknemers recht op ATV-dagen en IJmond heeft erkend die niet te hebben uitgekeerd. De verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen.