Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 2 oktober 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6784
Feiten
In het tussenvonnis van 22 mei 2019 is geoordeeld dat NSR onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over de aan werknemer toegekende bovenwettelijke vrije uren. Daarmee is bedoeld de toegekende en opgenomen vrije uren. Het voorgaande leidt ertoe dat NSR over de periode vanaf mei 2012 tot 1 maart 2018 nog ORT over de toegekende en opgenomen vrije uren verschuldigd is. NSR heeft verweer gevoerd tegen de door werknemer overgelegde berekening van het achterstallig salaris en heeft zich op het standpunt gesteld dat de vergoeding van vrije uren niet kan worden gebaseerd op de DS (Derving secundaire arbeidsvoorwaarden). De kantonrechter heeft NSR in een tussenvonnis opgedragen om bij akte toe te lichten en met stukken te onderbouwen op welk bedrag de toe te wijzen vordering tot betaling van achterstallig loon volgens haar is te berekenen.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat NSR niet heeft voldaan aan de in het tussenvonnis geformuleerde opdracht. Van NSR had mogen worden verwacht dat zij met stukken zou onderbouwen waarom de DS niet van toepassing is op de vergoeding van vrije uren, hoeveel de gemiddelde ORT van werknemer bedroeg en in hoeverre die verschilt met de DS. NSR is als werkgever gehouden een salarisadministratie bij te houden en heeft de beschikking over die gegevens. NSR heeft dit nagelaten. Anders dan NSR stelt, kan de vergoeding voor vrije uren niet gebaseerd worden op de daadwerkelijk uitbetaalde ORT over deze uren, nu werknemer niet was ingeroosterd op de vrije uren. NSR heeft bij akte nog gesteld dat bij het vaststellen van de vergoeding voor vrije uren uitsluitend rekening kan worden gehouden met structureel uitbetaalde bedragen aan ORT. Voor zover NSR hiermee heeft bedoeld te stellen dat werknemer niet structureel recht had op ORT, faalt haar verweer. In het tussenvonnis is reeds vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat onregelmatigheidsdiensten intrinsiek samenhangen met de uitvoering van de aan werknemer opgedragen werkzaamheden en dat hij hiervoor ook een vergoeding krijgt. De vorderingen van werknemer worden toegewezen.