Naar boven ↑

Rechtspraak

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Consumentenbond /werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 mei 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:4688
Afwijzing ontbindingsverzoek op de g-grond wegens opzegverbod lidmaatschap OR.

Feiten

Werknemer werkt sinds 1 maart 2013 bij de Consumentenbond. Op 1 augustus 2022 doet de OR van de Consumentenbond een oproep aan de medewerkers om zich verkiesbaar te stellen voor drie vacatures bij de OR. Werknemer stuurt op 17 augustus 2022 een e-mail aan de OR waarin hij schrijft dat hij reservekandidaat is, wat volgens hem betekent dat hij automatisch mag toetreden tot de OR als er vacatures zijn. Vervolgens ontstaat discussie tussen werknemer en (de vicevoorzitter van) de OR of werknemer in dit geval direct geplaatst moet worden. In zijn e-mail van 23 augustus 2022 kondigt werknemer onder meer aan dat hij een juridische procedure gaat starten om toelating tot de OR te bewerkstelligen. De voorzitter van de OR reageert hierop dat de OR geen juridische procedure wenst en dat werknemer welkom is. Als reactie op deze mededeling stuurt werknemer een bericht waaruit blijkt dat hij kritisch is over het optreden en het functioneren van de OR en hij maakt dit ook duidelijk aan de OR-leden. Naar aanleiding van onder meer dit bericht heeft op 3 oktober 2022 een gesprek plaatsgevonden tussen de Consumentenbond en werknemer waarin is aangekondigd dat de Consumentenbond de arbeidsovereenkomst met werknemer wil beëindigen.

Oordeel

De directe aanleiding voor het gesprek op 3 oktober 2022, waarin de Consumentenbond het voornemen heeft geuit om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, is de communicatie tussen werknemer en de OR-leden over toetreding van werknemer tot de OR. Gelet op deze aanleiding, ook in combinatie met een bezwaar van een directielid van de Consumentenbond tegen het toetreden van werknemer tot de OR, is het ontbindingsverzoek van de Consumentenbond niet los te zien van het (uiteindelijk tot stand gekomen) lidmaatschap van werknemer van de OR. De Consumentenbond voert hier nog tegen aan dat de arbeidsrelatie tussen haar en werknemer in de loop van de jaren zo ernstig verstoord is geraakt door de houding en opstelling van werknemer dat van haar niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst blijft voortduren. De kantonrechter oordeelt echter dat uit de stukken wel blijkt dat verschillende discussies hebben gespeeld en nog spelen tussen partijen, maar de communicatie over de toetreding tot de OR was de directe aanleiding voor het gesprek waarin de Consumentenbond werknemer te kennen heeft gegeven dat de arbeidsovereenkomst moest eindigen. Omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat het ontbindingsverzoek losstaat van het lidmaatschap van werknemer van de OR, geldt het opzegverbod. De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst daarom niet ontbinden en zal het verzoek van de Consumentenbond afwijzen.