Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 juli 2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:3677
Feiten
Werkneemster was in dienst van Stichting Dichterbij. Op 4 april 2023 heeft werkneemster een glas in de richting van haar manager gegooid en hem een klap in het gezicht gegeven. Werkneemster is vervolgens op staande voet ontslagen. In deze procedure verzoekt werkneemster om financiële vergoedingen. Zij voert aan dat zij het glas niet in de richting van haar manager heeft gegooid en dat zij hem enkel in het voorbijgaan per ongeluk heeft geraakt. Ook voert zij het verweer dat aanleiding voor het incident is geweest dat zij overmand is geraakt door emoties en zij al langere tijd burn-outklachten en hoofdpijn had.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat de handelswijze van werkneemster een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Het gebruik van geweld op de werkvloer is volstrekt ontoelaatbaar. Artikel 7:678 lid 2 sub e BW bepaalt niet voor niets expliciet dat een dringende reden onder andere aanwezig geacht kan worden wanneer een werknemer zijn collega’s mishandelt. In het verweer van werkneemster kan geen rechtvaardiging voor het uitoefenen van geweld worden gevonden. Het had op de weg van werkneemster gelegen om haar frustratie over het aanpassen van het werkrooster op andere, gepaste wijze kenbaar te maken, bijvoorbeeld door een gesprek met haar leidinggevende aan te vragen. Ook de omstandigheid dat zij achteraf spijt heeft betuigd, plaatst de verweten gedraging niet in ander perspectief. De overige verweren van werkneemster vinden geen steun in het dossier. Het ontslag op staande voet is aldus rechtsgeldig gegeven. De persoonlijke omstandigheden van werkneemster maken dat oordeel niet anders. Het verzoek om een billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Ook bestaat geen recht op de transitievergoeding. Er is sprake van ernstige verwijtbaarheid.