Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 oktober 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9539
Feiten
Werknemer is sinds 2018 in dienst bij Jordex Customs And Compliance B.V. (hierna: Jordex), een bedrijf dat in opdracht van bedrijven containers vervoert naar het buitenland. Onderdeel van het werk is het regelen van waivers. Dat zijn belangrijke documenten waarop informatie over de lading, de afzender en de geadresseerde staat. Jordex maakt deze waivers niet zelf, maar besteedt dit werk uit aan andere bedrijven. Werknemer heeft in 2022 toestemming gekregen om op zoek te gaan naar een ander bedrijf voor het opstellen van de waivers, mede omdat er volgens hem onvrede was over de huidige partner. Werknemer heeft toen het bedrijf van zijn vriendin aangedragen en opdrachten gegeven, maar hij heeft niet verteld dat het om het bedrijf van zijn vriendin gaat. Niet alle opdrachten gingen naar het bedrijf van de vriendin. Nadat Jordex erachter kwam dat het om het bedrijf van de vriendin van werknemer ging, heeft zij werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer is het met het ontslag niet eens. Hij verzoekt nu om de opzegging te vernietigen of anders betaling van ontslagvergoedingen. Ook verzoekt hij vernietiging van de non-concurrentiebedingen.
Oordeel
Het ontslag op staande voet en onverwijldheid
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een dringende reden. Werknemer ontkent niet dat hij het bedrijf van zijn vriendin, met wie hij samenwoont, heeft ingeschakeld voor het regelen van waivers, zonder dat hij Jordex ervan op de hoogte heeft gesteld dat dit het bedrijf van zijn vriendin was. Jordex hoefde dat niet te accepteren en het is gerechtvaardigd dat zij hierdoor haar vertrouwen in werknemer is verloren. Werknemer diende te begrijpen dat Jordex had willen weten dat het om het bedrijf van zijn vriendin ging. Aangezien werknemer bij Jordex verantwoordelijk was voor het geven van de opdrachten, ontstond hierdoor immers belangenverstrengeling. Het was aan Jordex om te beoordelen of zij daarin een probleem zag en of zij er daarom bijvoorbeeld voor zou kiezen om de opdrachten aan een ander bedrijf te geven of iemand anders verantwoordelijk te maken voor het geven van de opdrachten. Naar het oordeel van de kantonrechter is aan de eis van onverwijldheid voldaan. Het heeft zes dagen geduurd voordat Jordex overging tot ontslag vanaf het moment dat zij ervan op de hoogte was dat het ging om het bedrijf van de vriendin van werknemer. Drie van deze dagen vielen binnen het Pinksterweekend en waren dus vrije dagen. In de drie werkdagen heeft Jordex onderzoek gedaan en heeft zij een gesprek met werknemer gevoerd. Gezegd zou kunnen worden dat Jordex op vrijdag 26 mei 2023 werknemer al had moeten ontslaan, maar een werkgever moet één of twee werkdagen de tijd kunnen nemen om alles zorgvuldig te overdenken en af te wegen voor zo’n zware beslissing wordt genomen.
Geen recht op vergoeding en non-concurrentiebedingen blijven gehandhaafd
Het ontslag op staande voet is terecht gegeven. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt daarom afgewezen, werknemer heeft geen recht op een schadevergoeding of een billijke vergoeding en hij heeft ook geen recht op een transitievergoeding, want zijn handelwijze is ernstig verwijtbaar. De non-concurrentiebedingen worden niet vernietigd. Werknemer heeft namelijk niet betwist dat de markt waarin Jordex zich bevindt sterk concurrerend is, dat hij kennis heeft genomen van bedrijfsgevoelige informatie zoals de marges, de in- en verkoopprijzen en de bedrijfsstrategieën.
Vergoeding alle proceskosten
Werknemer wordt veroordeeld om de daadwerkelijk door Jordex gemaakte proceskosten te betalen. De rechter is namelijk van oordeel dat de wijze waarop werknemer heeft geprocedeerd onrechtmatig is en in zo’n geval heeft de wederpartij recht op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten.