Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 november 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:10608
Feiten
Werknemer is sinds 1 augustus 2008 bij Verstegen Spices & Sauces B.V. (hierna: Verstegen) in dienst als sector operator. In februari en maart 2023 heeft Verstegen een aantal meldingen ontvangen van medewerkers over grensoverschrijdend gedrag door verschillende personen binnen de organisatie van Verstegen. Daarbij is ook de naam van werknemer genoemd. De meldingen gingen over (impliciete) bedreigingen, pestgedrag, intimidatie, discriminatie en stalking. Op 22 maart 2023 is werknemer naar aanleiding van de (aard van de) meldingen op non-actief gesteld. Op 29 maart 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Verstegen en werknemer. Op 24 april 2023 en 3 mei 2023 hebben mediationgesprekken plaatsgevonden. Verstegen verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden primair wegens verwijtbaar handelen of nalaten, subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden. Werknemer heeft zich volgens Verstegen meermaals schuldig gemaakt aan handelingen die kwalificeren als grensoverschrijdend gedrag. Hij heeft meerdere collega’s op de werkvloer geïntimideerd, gediscrimineerd en bedreigd. Daarnaast heeft hij een vrouwelijke collega telefonisch en via WhatsApp ongepast bejegend en gestalkt. Collega’s van werknemer zijn bang voor hem en voelen zich door hem bedreigd. Zijn gedrag maakt de werkomgeving voor andere medewerkers onveilig. Werknemer is het niet eens met het verzoek en vindt dat het moet worden afgewezen. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, verzoekt werknemer Verstegen te veroordelen om een transitievergoeding en billijke vergoeding te betalen.
Oordeel
Het beeld dat ontstaat uit de combinatie van de appberichten en de gespreksverslagen is dat werknemer zich opdringerig, vijandig en intimiderend tegenover een andere werknemer heeft gedragen. Werknemer heeft niet gemotiveerd weersproken dat de hem verweten gedragingen richting een collega hebben plaatsgevonden. Zijn reactie wijst niet op enige zelfreflectie en zelfinzicht. Van werknemer had mogen worden verwacht dat hij zou begrijpen dat zijn gedrag niet acceptabel is. Geconcludeerd wordt dat de manier waarop werknemer zich tegenover een collega heeft gedragen, is aan te merken als grensoverschrijdend gedrag dat kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen. Daarbij is niet alleen meegewogen de ernst van de gedragingen, maar ook de houding die werknemer ten opzichte van de verwijten heeft laten zien. Vanwege de verwijtbare gedragingen kan van Verstegen in redelijkheid niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst met werknemer te laten voortduren. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de e-grond. Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen heeft werknemer geen recht op een transitievergoeding of een billijke vergoeding.