Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 17 januari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:207
Financieel manager handelt onrechtmatig jegens werkgever door – al dan niet onder druk van de CEO – bijna € 500.000 van werkgever naar zijn privérekeningen over te maken. Werknemer dient door werkgever geleden schade te vergoeden.

Feiten

Werknemer was sinds 1 juni 2017 in dienst van werkgeefster in de functie van financieel manager/controller. Hij was in zijn functie verantwoordelijk voor het verzorgen van de gehele financiële administratie en stond onder leiding van de CEO. In oktober 2021 is gebleken dat werknemer op zijn in totaal acht bankrekeningen bedragen vanuit werkgeefster heeft ontvangen, anders dan salarisbetalingen. Op zijn rekening bij de Rabobank is in de periode van 22 mei 2019 tot en met 2 maart 2021 naast zijn reguliere salaris een bedrag van ongeveer € 254.000 ontvangen vanuit werkgeefster. Werkgeefster heeft werknemer op 25 oktober 2021 gevraagd naar een verklaring voor deze betalingen. Omdat werknemer hiervoor geen verklaring had, is hij op diezelfde dag op staande voet ontslagen. Hierna heeft werkgeefster nog verder onderzoek verricht. Daaruit is naar voren gekomen dat sinds oktober 2017 los van de reguliere salarisbetalingen een bedrag van € 509.426,94 is overgemaakt naar rekeningen op naam van werknemer. Werkgeefster vordert veroordeling van werknemer tot – onder meer – het betalen van een schadevergoeding van € 509.426,94.

Oordeel

De rechtbank oordeelt als volgt. Werknemer erkent dat hij vanuit werkgeefster betalingen heeft ontvangen op zijn bankrekeningen en dat die betalingen niet zagen op voldoening van zijn salaris. Werknemer heeft echter aangevoerd dat de CEO hem de instructie had gegeven om valse facturen van diverse bestaande leveranciers van werkgeefster te betalen op een privérekening van werknemer, om het geld vervolgens contant op te nemen en aan de CEO te overhandigen. Volgens werknemer heeft de CEO daarbij grote druk op hem uitgeoefend; indien werknemer niet zou meewerken, dan zou hij ontslagen worden. Uit deze eigen stellingen van werknemer volgt dat sprake is van een onrechtmatige daad van werknemer jegens werkgeefster. De door werknemer gestelde druk vanuit de CEO ontneemt niet de toerekenbaarheid aan werknemer van deze onrechtmatige daad. Ook indien de CEO inderdaad de door werknemer omschreven druk op hem zou hebben uitgeoefend, hetgeen gelet op de betwisting door de CEO niet kan worden vastgesteld, geldt dat deze druk niet zodanig is dat van werknemer niet verlangd had mogen worden daar weerstand aan te bieden. Van het dreigen met ontslag gaat geen zodanige druk uit dat werknemer geen andere keus had dan medewerking te verlenen aan fraude. Deze gestelde druk staat niet in verhouding tot de aard en de ernst van de gepleegde onrechtmatige daad. De onrechtmatige daad kan dan ook aan werknemer worden toegerekend, nu deze te wijten is aan zijn schuld. De rechtbank wijst de vordering van werkgeefster tot vergoeding van schade toe tot een bedrag van € 496.835,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve data waarop de deelbedragen van de rekening van werknemer zijn afgeboekt.