Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 20 maart 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:1462
Werknemer vordert in deze procedure onder meer (achterstallig) loon op grond van een tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Overgang van onderneming. De arbeidsovereenkomst van werknemer gaat met alle rechten en plichten over van werkgeefster naar verkrijger.

Feiten

Werkgeefster heeft met ingang van 1 januari 2021 een winkelpand gehuurd voor een periode van vijf jaar. Daarin exploiteert werkgeefster sinds 3 januari 2022 als eenmanszaak een broodjeszaak. Omstreeks 3 januari 2022 is werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij werkgeefster. Een boekhoudkantoor heeft in 2022 en 2023 de maandelijkse salarisberekeningen voor werkgeefster uitgevoerd. Het boekhoudkantoor stelt dat de noodzakelijke inschrijving van de vrouw van werknemer bij de Kamer van Koophandel duidelijk aangeeft dat de vrouw van werknemer de onderneming als eenmanszaak per één juli 2023 heeft voortgezet. Werknemer stelt daarentegen in de gehele periode januari 2022 tot en met december 2023 in loondienst werkzaam te zijn geweest bij werkgeefster, en dat overigens nog steeds te zijn. Werknemer vordert in kort geding – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, een verklaring voor recht dat er geen rechtsgeldig einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst tussen partijen, althans dat de arbeidsovereenkomst ook na 31 december 2023 is blijven bestaan, en vordert uit dien hoofde (achterstallig) salaris. Werkgeefster voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

Oordeel

Tussen partijen is niet in geschil dat zij met elkaar een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Dat is meteen ook het enige waarover partijen het met elkaar eens zijn. Zo is onduidelijk gebleven of de arbeidsovereenkomst op schrift is gesteld; volgens werknemer niet maar volgens werkgeefster wel, maar zou die schriftelijke arbeidsovereenkomst in het ongerede zijn geraakt. Wat hiervan ook zij, werknemer heeft onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan aannemelijk is dat hij tot 1 juli 2023 nog recht heeft op loon.

Overgang van onderneming

In de zaak AR 2024-0414, waarbij de vrouw van werknemer soortgelijke vorderingen als werknemer heeft ingesteld jegens werkgeefster, is geoordeeld dat per 1 juli 2023 sprake is van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 e.v. BW. Werkgeefster is daarbij de vervreemder en de vrouw van werknemer de verkrijger. Bij een overgang van onderneming gaan alle afspraken in de arbeidsovereenkomst van rechtswege over op de verkrijger (artikel 7:663 BW). Dit betekent dat werknemer als voormalig werknemer van werkgeefster met ingang van 1 juli 2023 automatisch in dienst is getreden bij zijn vrouw. Vast staat ook dat de vrouw van werknemer na 1 juli 2023 loon aan werknemer heeft uitbetaald. Er bestaat daarom geen grond om werkgeefster als voormalig werkgever te veroordelen tot betaling van loon vanaf 1 juli 2023. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.