Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 11 december 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:5540
Feiten
Bij tussenarrest heeft het hof 't Stokertje opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat werknemer het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding heeft geschonden, alsmede hoe vaak dergelijke schendingen hebben plaatsgevonden. 't Stokertje heeft zeven getuigen voorgebracht. Daarnaast zijn er drie schriftelijke stukken ingebracht.
Oordeel
Als vast komt vast te staan dat werknemer (indirect) activiteiten voor De Allesbrander heeft verricht, staat vast dat hij het concurrentiebeding heeft overtreden. Uit de schriftelijke bewijsstukken en de getuigenverklaringen, in onderling verband en samenhang bezien, komt overduidelijk naar voren dat werknemer in de periode van mei 2006 tot 1 mei 2008 met grote regelmaat activiteiten voor de Allesbrander heeft verricht. Diverse getuigen maken melding van het feit dat werknemer in genoemde periode op willekeurige tijdstippen "telkens" aanwezig was in de showroom van De Allesbrander en daar activiteiten ontplooide. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van twee getuigen dat werknemer in oktober 2006 actief heeft geprobeerd kachels van getuige X te bestellen en uit een andere verklaring volgt dat werknemer actief betrokken is geweest bij de plaatsing van een grote order van kachels. Het hof is van oordeel dat werknemer dusdoende de initiële contractuele boete ten bedrage van € 11.400 heeft verbeurd en daarnaast € 450 voor ieder dag dat de overtreding heeft voortgeduurd. Werknemer beroept zich op (gedeeltelijke) vernietiging van het concurrentiebeding. Het hof stelt vast dat ’t Stokertje nog niet de gelegenheid heeft gehad op dit nadere, in het laatste processtuk door werknemer gedane beroep op (gedeeltelijke) vernietiging te reageren. Het hof zal ’t Stokertje daartoe alsnog in de gelegenheid stellen.