Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 21 december 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:13277
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2021 in dienst bij Shared Service Centrum DeSom (hierna: DeSom). De functie van werknemer is senior medewerker technisch beheer met een salaris van € 5.009 bruto per maand. Feitelijk heeft werknemer in zijn functie ook een leidinggevende rol. DeSom heeft naar aanleiding van een aantal signalen uit de organisatie werknemer uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek heeft op 29 juni 2023 plaatsgevonden. Naar aanleiding van het gesprek heeft een extern kantoor een feitenonderzoek verricht naar de cultuur en werksfeer binnen het bedrijf. DeSom en werknemer hebben afgesproken om werknemer buitengewoon verlof te verlenen voor de duur van het onderzoek. Werknemer heeft zich op 8 september 2023 ziek gemeld. Op 26 september 2023 hebben de onderzoekers een rapportage van bevindingen uitgebracht. DeSom verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een opzegverbod, omdat werknemer sinds 8 september 2023 wegens ziekte ongeschikt is voor zijn werk. Dit opzegverbod staat echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Het verzoek om ontbinding is immers gegrond op verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsverhouding, en dat staat los van de ziekte van werknemer. Daarbij wordt vooral gesteld dat werknemer zich gedurende een lange periode schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag, waarvoor DeSom ter onderbouwing verwijst naar de eerdergenoemde rapportage. Daarnaast wordt aangevoerd dat werknemer in strijd heeft gehandeld met de geldende regelingen voor de toekenning van devices en voor nevenwerkzaamheden. De in het rapport genoemde gedragingen van werknemer zijn naar het oordeel van kantonrechter dermate verwijtbaar dat van DeSom in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Maar werknemer heeft de hem verweten gedragingen nadrukkelijk en gemotiveerd betwist. Volgens werknemer heeft hij de in de rapportage genoemde bewoordingen en uitlatingen niet gebruikt, of zijn deze uit de context gehaald. Volgens werknemer kunnen sommige medewerkers ook redenen hebben om negatieve verklaringen over hem af te leggen. Verder heeft werknemer erop gewezen dat er ook positieve verklaringen over hem zijn. Met de door DeSom overgelegde rapportage en de daarbij behorende schriftelijke en ondertekende verklaringen van medewerkers is nog niet zonder meer het bewijs geleverd dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan de in het rapport opgesomde verwijtbare gedragingen, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door werknemer. DeSom zal daarom in lijn met haar bewijsaanbod tot 18 januari 2024 de gelegenheid krijgen om de door haar gestelde verwijtbare gedragingen van werknemer te bewijzen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om vooruitlopend op bewijslevering al tot ontbinding over te gaan wegens een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van gronden.