Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/LM Consultancy B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 22 juli 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:8240
Stilzwijgende voortzetting uitzendovereenkomst na voltooiing van fase A leidt tot uitzendovereenkomst in fase B die wordt geacht te zijn aangegaan voor de duur van een jaar.

Feiten

Werknemer en LM Consultancy B.V. hebben op 20 oktober 2011 een arbeidsovereenkomst-fase A met uitzendbeding gesloten. Hierop is de Cao voor Flexwerk van de ABU (hierna: de cao) van toepassing verklaard. Na het verstrijken van fase A (per 22 april 2013) heeft werknemer zijn werkzaamheden voortgezet tot 16 januari 2014; sinds die datum is hij arbeidsongeschikt. LM Consultancy heeft tot periode 4 van 2014 loon betaald aan werknemer, sindsdien niet meer. Werknemer vordert betaling van achterstallig salaris alsmede doorbetaling van loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst-fase A van rechtswege is geëindigd per 22 april 2013. Evenmin is in geschil dat werknemer nadien zijn werkzaamheden heeft voortgezet. Nu enige discussie dienaangaande is gesteld noch gebleken, zou artikel 7:668 lid 1 BW meebrengen dat er vanaf 22 april 2013 sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. Voormeld artikel bepaalt immers dat indien een arbeidsovereenkomst, na het verstrijken van de tijd zoals bedoeld in artikel 667 lid 1 BW, door partijen zonder tegenspraak wordt voortgezet, zij wordt geacht voor dezelfde tijd (ten hoogste voor een jaar) op de vroegere voorwaarden wederom te zijn aangegaan. Werknemer heeft echter gesteld dat partijen artikel 7:668 BW in artikel 3.3 van de arbeidsovereenkomst expliciet hebben uitgesloten. Het ontbreken van afspraken over (de duur van) de arbeidsovereenkomst brengt volgens hem dan ook mee dat thans sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit betoog faalt. Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat met voormeld artikel 3.3 inderdaad is bedoeld een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst uit te sluiten – hetgeen overigens wordt betwist – heeft LM Consultancy uit het feit dat werknemer na voltooiing van fase A zonder tegenspraak zijn werkzaamheden heeft voortgezet anders kunnen en mogen afleiden. Vervolgens ligt nog de vraag voor of met het bepaalde in artikel 13 lid 2 van de cao is bedoeld af te wijken van artikel 7:668 BW, in die zin dat stilzwijgende voortzetting van de uitzendovereenkomst na voltooiing van fase A leidt tot een arbeidsovereenkomst voor de (gehele) duur van fase B. Voor een dergelijke uitleg van voormeld artikel bestaat geen aanleiding. Het enkele feit dat fase B – waarin (maximaal) acht detacheringsovereenkomsten kunnen worden overeengekomen – twee jaar duurt, is daarvoor onvoldoende. Uit het voorgaande volgt dat, bij gebreke van een andersluidende afspraak, de arbeidsovereenkomst in fase B wordt geacht te zijn aangegaan voor de duur van een jaar, te weten tot 22 april 2014. Afwijzing van de vorderingen van werknemer volgt.