Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 21 februari 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4307
Feiten
Werknemer is op 5 december 2022 in dienst getreden bij Infinitas Care B.V. (Infinitas) als persoonlijk begeleider. Op 1 maart 2023 is zijn functie gewijzigd naar zorgmanager. Werknemer heeft zich in oktober 2023 ziekgemeld en heeft het loon over oktober, november en december 2023 niet ontvangen. Werknemer vordert daarom betaling van zijn loon over die maanden. Volgens Infinitas moet de eis worden afgewezen. Infinitas beroept zich op betalingsonmacht door de schuld van werknemer, die als zorgmanager verantwoordelijk was voor het aanvragen van zorgbudgetten en dat niet gedaan heeft, waardoor geen geld voorhanden is. Subsidiair beroept Infinitas zich op verrekening. Toen het Infinitas duidelijk werd hoeveel schade werknemer had aangericht is werknemer in januari 2024 op staande voet ontslagen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Infinitas heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar financiële probelemen zijn veroorzaakt door werknemer. Werknemer bekleedde de functie sinds maart 2023 en heeft meermaals aangegeven vaardigen te missen. Werknemer heeft verzocht ingewerkt te worden. Infinitas kan hem in die omstandigheden niet verantwoordelijk houden voor financiële problemen. Betalingsonmacht van Infinitas ontslaat haar niet van haar verplichting tot loonbetaling. Aanvankelijk heeft Infinitas de verschuldigdheid van het loon bovendien niet betwist. Dat Infinitas dat nu met terugwerkende kracht alsnog betwist, is in strijd met goed werkgeverschap. De wettelijke verhoging wordt toegewezen voor 50% omdat Infinitas niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer verantwoordelijk kan worden gehouden voor het niet tijdig betalen van het loon. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen. Infinitas wordt in de proceskosten veroordeeld.