Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 16 juli 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:9022
Kort geding. Gegeven ontslag op staande voet is nietig omdat het niet is gegeven door de formele werkgever.

Feiten

Op 1 mei 2015 is ter griffie ontvangen het ingediende verzoekschrift tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer, waarna een zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door werknemer ingediend (hier bekend onder zaak/rolnummer 4089147 AZ VERZ 15-58). In overleg met partijen is de voorlopige voorziening gelijktijdig behandeld met voornoemd (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek. Werknemer, thans 58 jaar, is sinds 1980 in dienst bij werkgeefster, laatstelijk tegen een loon van € 6.788,39 bruto per vier weken, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. De kernactiviteiten van verzoeksters zijn het verrichten van infrastructurele werken, leidingbouw, afvalwaterbeheersing en civiele betonwerken. Na een gesprek op 24 maart 2015 is werknemer op staande voet ontslagen. De ontslagbrief van diezelfde datum vermeldt onder meer: “Uit het onderzoek van een onderzoeksbureau is komen vast te staan dat er door uw handelen en/of nalaten, een onjuiste voorstelling van zaken is geven aan ondergetekende en tevens een niet correcte uitoefening van uw functie, alsmede van slecht werknemerschap, en van strijdigheid met en overtreding van de binnen uw werkgever geldende en bij u bekende gedrags- en integriteitsregels." Werknemer heeft bij brief d.d. 31 maart 2015 de nietigheid van het hem gegeven ontslag ingeroepen, zich beschikbaar gehouden voor werk en aanspraak gemaakt op loondoorbetaling. Partijen verschillen van mening wie de formele werkgever  is. Volgens werknemer is dat gedaagde B.V. en volgens laatstgenoemde is dat een andere bv.

Oordeel

De ontslagbrief d.d. 24 maart 2015 is opgesteld namens de drie vennootschappen en is ondertekend door de algemeen directeur. Op het briefpapier staat aan de voorzijde ‘ [b.v.] ’ Nu voorshands voldoende aannemelijk is dat gedaagde B.V. de formele werkgever van werknemer is, is het gegeven ontslag op staande voet nietig. Het is immers niet gegeven door de formele werkgever van werknemer. Werknemer heeft tijdig de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en gedaagde B.V. na 24 maart 2015 blijven bestaan en maakt werknemer terecht aanspraak op loondoorbetaling. Nu derhalve aannemelijk wordt geoordeeld dat een overeenkomstige vordering in de hoofdzaak zal slagen, zijn de vorderingen van werknemer toewijsbaar. Aangezien in de (voorwaardelijke) ontbindingszaak (met zaak/rolnummer 4089147 AZ VERZ 15-58) de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2015 wordt ontbonden, zal de loonvordering tot die datum worden toegewezen.