Naar boven ↑

Rechtspraak

MR Ondernemingsraad Albert Heijn e-Commerce/Albert Heijn Online B.V. c.s.
Rechtbank Noord-Holland, 25 januari 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:670
Ondernemingsraad Albert Heijn e-Commerce niet-ontvankelijk in verzoek tot naleving WOR. OR is opgehouden te bestaan en vormt nu onderdeelcommissie van GemOR. Als zodanig is hij niet bevoegd te procederen. GemOR heeft procesbevoegdheid, maar wenst procedure niet voort te zetten.

Feiten

Albert Heijn Online B.V. (hierna: Albert Heijn) exploiteert een online supermarkt. De Ondernemingsraad Albert Heijn e-Commerce (hierna: de OR) is in 2013 als aparte ondernemingsraad ingesteld. Op 11 augustus 2023 heeft Albert Heijn aan de OR medegedeeld dat zij het voornemen heeft om voor de afdeling Planning & Support een nieuw telefoonsysteem te introduceren. De OR heeft de nietigheid van het besluit ingeroepen, omdat volgens de OR het nieuwe systeem functies heeft die instemmingsplichtig zijn op grond van de WOR. In november 2023 heeft Albert Heijn haar besluit tot wijziging van de medezeggenschapsstructuur bekendgemaakt. Dit besluit hield in dat er één gemeenschappelijke ondernemingsraad zou worden ingesteld (de GemOR). Vanaf 5 december 2023 werkt Albert Heijn met het nieuwe telefoonsysteem. Op 10 januari 2024 heeft de OR bij deze rechtbank een verzoek ingediend om voor recht te verklaren dat het besluit van Albert Heijn tot wijziging van de medezeggenschapsstructuur door instelling van de GemOR niet bevorderlijk is voor de toepassing van de WOR. Bij beschikking van 15 april 2024 (zie AR 2024-0578) zijn de verzoeken van de OR afgewezen. De OR is per 1 mei 2024 opgehouden te bestaan en een onderdeelcommissie geworden van de GemOR. De OR verzoekt voor recht te verklaren dat het besluit tot invoering van een nieuw telefoonsysteem instemmingsplichtig is op grond van de WOR.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

OR niet procesbevoegd

Het onderhavige verzoek tot naleving van de WOR kan op grond van artikel 36 lid 2 WOR (alleen) worden ingediend door de ondernemingsraad en de ondernemer. Vast staat dat de OR is opgehouden te bestaan per 1 mei 2024. De OR is sindsdien een onderdeelcommissie van de GemOR en geen ondernemingsraad meer in de zin van de WOR. De OR heeft als onderdeelcommissie geen bevoegdheid tot het voeren van rechtsgedingen. Die bevoegdheid komt nu de GemOR toe en hij kan die bevoegdheid niet aan de OR als onderdeelcommissie overdragen.

Toezegging Albert Heijn maakt OR niet procesbevoegd

De OR stelt dat Albert Heijn heeft toegezegd in te stemmen met het voortzetten van lopende procedures die door de OR zijn aangespannen. Niet is komen vast te staan dat die toezegging betrekking had op de onderhavige procedure. Los daarvan oordeelt de kantonrechter dat een toezegging van Albert Heijn de OR niet procesbevoegd kan maken; dit zou indruisen tegen het systeem van de wet. Alleen de GemOR is als ondernemingsraad bevoegd te procederen. De GemOR wenst de procedure echter niet voort te zetten.

OR kan niet als procespartij optreden

De OR heeft verder een beroep gedaan op rechtspraak en literatuur waaruit zou blijken dat een ondernemingsraad die is opgehouden te bestaan toch in rechte kan optreden als procespartij. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Een opgehouden ondernemingsraad kan nog optreden als procespartij indien het gaat om zijn belangen over aangelegenheden die speelden vóór de opheffing of die betrekking hebben op de opheffing en voor zover dat nodig is teneinde zijn belangen te waarborgen. Dit laatste is in deze zaak niet aan de orde. Het gaat in deze zaak om het waarborgen van de medezeggenschapsrechten, meer specifiek de instemmingsplicht. Het mandaat om de belangen van de kiezers te waarborgen ligt inmiddels bij de GemOR. In die zin worden de medezeggenschapsrechten en daarmee de belangen van de OR gewaarborgd en is het niet noodzakelijk dat de OR zijn procesbevoegdheid houdt.

De conclusie is dat de kantonrechter de OR niet-ontvankelijk verklaart in zijn verzoek.