Naar boven ↑

Rechtspraak

Chauffeur ontvangt een bedrag van € 16.783,55 bruto aan niet vergoede overuren en € 8.900 netto aan niet vergoede verblijfskosten. Arrest na verwijzing Hoge Raad.

Feiten

Werknemer was in dienst van werkgeefster als chauffeur. Op de arbeidsovereenkomst was de cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao) van toepassing. Werknemer heeft na opzegging van de arbeidsovereenkomsten loonvorderingen ingesteld wegens diverse tekortkomingen. Daartoe stelt werknemer onder meer dat werkgeefster zich niet heeft gehouden aan de cao omdat werkgeefster de door werknemer ingevulde dagrapporten niet ondertekend aan werknemer heeft teruggegeven in weekstaten, zodat werknemer ze niet heeft kunnen bewaren voor zijn administratie en ook de bezwaarmogelijkheid die de cao biedt niet heeft kunnen benutten (art. 26a cao). Het hof heeft de vorderingen toegewezen voor zover die betrekking hadden op doordeweekse overuren. Voor de weekendoveruren en verblijfkosten oordeelde het hof dat werknemer niet had voldaan aan zijn stelplicht, dan wel dat de eiswijziging te laat was. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof ten onrechte een schending van de stelplicht/eiswijziging heeft aangenomen, in de situatie waarin de werkgever in verzuim was ondertekende rit- en urenrapportages te verstrekken. De Hoge Raad heeft de arresten van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2021 en 28 september 2021 vernietigd, het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof. De procedure na verwijzing is toegespitst op de beoordeling van de vordering wegens gemaakte overuren in de weekenden (inclusief feestdagen) en de vordering wegens niet vergoede verblijfskosten.

Oordeel

Overuren in de weekenden

Het hof wijst de vergoedingen toe voor de overuren die werknemer op zaterdagen en zondagen heeft gemaakt, zowel voor de periodes 2015-2017 als 2011-2014. Naar het oordeel van het hof is gebleken dat werknemer daadwerkelijk op zaterdagen en zondagen heeft gewerkt. Werkgeefster heeft aanvankelijk betwist dat werknemer op deze dagen heeft gewerkt, maar de gepresenteerde bewijzen, waaronder de urenstaten, zijn doorslaggevend. Voor de jaren 2011-2014 zijn gedetailleerde urenstaten niet beschikbaar en worden de vergoedingen geschat op basis van gemiddelde uren uit latere jaren, aangezien werkgeefster geen overtuigend tegenbewijs kan leveren. Het hof volgt grotendeels de berekeningen van werknemer met enkele correcties op basis van de aanwezige bewijsstukken. Het hof concludeert dat in totaal een bedrag van € 16.783,55 bruto kan worden toegewezen voor de overuren in de weekenden.

Niet vergoede verblijfskosten

Het hof kent werknemer een bedrag van € 5.816,53 netto toe voor de verblijfskosten van 2015 tot 2017. Het verweer van werkgeefster, dat werknemer op eigen initiatief op zondagen de vrachtwagen kwam halen en daarin overnachtte, wordt door het hof verworpen. Het gevorderde bedrag kan dan ook als onvoldoende betwist worden toegewezen. De gevorderde verblijfsvergoedingen over de jaren 2011 tot en met 2014 zijn door werknemer berekend op een bedrag van € 9.263,49 netto. In deze berekening is geen rekening gehouden met de lagere bedragen die in de cao voor de jaren 2011 tot en met 2014 is vastgesteld. Het hof berekent dit bedrag en schat deze vordering op € 8.900 netto. Het overige deel van het gevorderde wijst het hof als onvoldoende onderbouwd af.