Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 1 augustus 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:5091
Ontbindingsverzoek op de g-grond wordt afgewezen, geen sprake van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Een aandelengeschil tussen vennootschappen is in beginsel niet relevant voor een arbeidsconflict.

Feiten

In 2017 heeft werknemer een onderneming aan werkgever verkocht. In de verkoopovereenkomst is overeengekomen dat werknemer vanaf 13 november 2017 in dienst treedt bij werkgever als assistent-makelaar. In het kader van de verkoop is een intentieovereenkomst gesloten waarin is afgesproken dat partijen de mogelijkheden van het beoogde dienstverband nader zullen onderzoeken. Na een periode waarin onder andere is gecommuniceerd over een te hoge werkdruk, meldt werknemer zich op 23 april 2021 ziek. De bedrijfsarts heeft in de probleemanalyse geadviseerd de uren langzaam op te bouwen. Op 15 april 2022 is werknemer gestart met een multidisciplinair revalidatietraject. Op basis van een gesprek met werknemer op 5 juli 2022 heeft de bedrijfsarts geadviseerd de re-integratieactiviteiten in beide sporen en de contacten tussen werknemer en werkgever tijdelijk te pauzeren. Op 29 maart 2023 vindt een gesprek plaats tussen werknemer en een procesbegeleider bij werkgever, waarbij werknemer aangeeft dat hij volledig hersteld is. Op 4 april 2023 vindt een gesprek plaats tussen werknemer en de bedrijfsarts, waarop een opbouwschema wordt geadviseerd. In april corresponderen de gemachtigden van partijen over het WIA-plan van aanpak. Sinds 21 april 2023 ontvangt werknemer een WIA-uitkering van het UWV. In die periode hebben partijen zonder succes gesproken over een regeling. Het gebrek aan succes kwam mede door spanningen over aandelen met betrekking tot de intentieovereenkomst. Op 21 december 2023 geeft de bedrijfsarts aan dat er geen sprake meer is van een urenbeperking en dat mediation wordt geadviseerd. Op 4 maart 2024 vindt een gesprek plaats tussen de bedrijfsarts en werknemer. De bedrijfsarts concludeert dat werknemer arbeidsgeschikt is. In die periode corresponderen de gemachtigden van partijen over de toelating van werknemer tot zijn werkzaamheden. Partijen komen er niet uit. Werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de g-grond. Volgens werkgever is sprake van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding door de discussie over de re-integratie en de aanspraak van werknemer op de aandelen. Werknemer voert aan herplaatst te kunnen worden en stelt dat werkgever alle adviezen van de bedrijfsarts heeft genegeerd. Werkgever heeft nagelaten werknemer te laten re-integreren, wat ernstig verwijtbaar handelen oplevert.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De discussie en de verstoorde verhoudingen tussen partijen vloeien grotendeels voort uit het verschil van inzicht over de intentieovereenkomst met betrekking tot de aandelen. Dit betekent echter niet dat sprake is van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding, en een kans op vruchtbare samenwerking kan niet op voorhand worden uitgesloten. Het geschil over de intentieovereenkomst betreft in principe een conflict tussen twee vennootschappen en is niet relevant voor de beoordeling van een arbeidsconflict. Partijen hadden tijdens de re-integratie de discussie over aandelen moeten parkeren. Mogelijk zijn partijen tijdens de mediation van verschillende uitgangspunten uitgegaan, wat niet alleen aan werknemer kan worden toegerekend. Voor zover werkgever heeft willen betogen dat werknemer onvoldoende aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan, had werkgever sancties moeten treffen, wat niet is gebeurd. Bovendien heeft werknemer het advies van de bedrijfsarts om de re-integratie tijdelijk te pauzeren opgevolgd. Er is geen sprake van een voldragen g-grond. Wel dient werknemer zich in te zetten om de verhoudingen te normaliseren. Het beroep op de h-grond is niet nader onderbouwd; er is enkel aangevoerd dat werknemer niet meer voldoet aan zijn K-RMT-registratie, maar werkgever heeft hem door de hoge werkdruk niet in staat gesteld de examens te maken. Voor toepassing van de i-grond is, gezien het voorgaande, evenmin aanleiding. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.