Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 augustus 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:7902
Feiten
Werkneemster werkte tot 1 februari 2024 bij Charterama als underwriting manager. In de arbeidsovereenkomst stond een concurrentie- en relatiebeding (hierna: het beding) voor de duur van één jaar na beëindiging van het dienstverband met daaraan gekoppeld een boete. Na haar dienstverband bij Charterama is werkneemster gaan werken bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als senior beleidsmedewerkster. Daarna is zij in dienst getreden bij een ander bedrijf als senior underwriter P&I. Charterama heeft werkneemster voorafgaand aan haar indiensttreding bij dit andere bedrijf laten weten dat zij haar aan de overeengekomen bedingen houdt. Werkneemster vordert in dit kort geding dat het beding wordt geschorst. Charterama vordert dat het werkneemster wordt verboden om het dienstverband voort te zetten, dat zij het beding nakomt en de boetes betaalt.
Oordeel
Het gaat hier om een rechtsgeldig beding, omdat het voldoet aan de eisen als bepaald in artikel 7:653 lid 1 BW. De nieuwe werkgever van werkneemster is tevens een concurrent van Charterama. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat het beding redelijkerwijs noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. Charterama heeft een zwaarwegend belang om werkneemster aan het beding te houden om haar bedrijfsdebiet te beschermen. Charterama heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster specifieke kennis heeft over essentiële strategische informatie, bedrijfsinformatie en prijsinformatie van Charterama. Daarnaast is onweersproken dat werkneemster beschikt over kennis van de klanten en contacten van Charterama, waaronder de verzekeringsmakelaars waar Charterama mee samenwerkt. De kantonrechter is voorlopig ook van oordeel dat werkneemster in verhouding tot het belang van Charterama niet onbillijk wordt benadeeld. Een positieverbetering is niet voldoende om aan te nemen dat werkneemster onbillijk wordt benadeeld door handhaving van het beding. Bovendien heeft Charterama weersproken dat die positieverbetering bij haar niet mogelijk was. De door werkneemster gevorderde maandelijkse vergoeding wordt afgewezen. Het feit dat zij door handhaving van het beding salaris misloopt, is voor haar eigen risico. Zij heeft er zelf voor gekozen om haar arbeidsovereenkomst bij Charterama op te zeggen. Het is niet aannemelijk dat het beding werkneemster in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van Charterama werkzaam te zijn. Werkneemster moet de overeengekomen boetes betalen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boetes te matigen.