Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 januari 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:7004
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 juli 2018 in dienst getreden van de rechtsvoorganger van SSN, te weten Salon Service Nederland V.O.F. Zij is daar in dienst getreden in de functie van haarstylist allround. De Cao kappersbedrijf is van toepassing. In de cao is onder andere bepaald dat geen bedrijfsmatig kapperswerk in de vrije tijd mag worden verricht. A was een van de beherend vennoten van de vof. Op 21 januari 2019 is de vof ingebracht in SSN (h.o.d.n. Colori), waarvan vanaf dat moment A en B (indirect) aandeelhouders en bestuurders waren. A, met wie werkneemster vanaf medio augustus 2018 een affectieve relatie heeft, is met ingang van 1 augustus 2019 geen bestuurder meer van SSN. Per deze datum is de heer C de bestuurder. Daarnaast is C de eigenaar en bestuurder van Kolor. Op 23 september 2019 heeft werkneemster gesproken met B en C. Tijdens dit gesprek is onder meer aan de orde gekomen dat sprake zou zijn van een lastige arbeidsrelatie tussen werkneemster en SSN vanwege de liefdesrelatie tussen werkneemster en A. Ook is aan de orde gekomen dat B heeft vernomen dat werkneemster een eigen kapsalon is begonnen. Op 24 september 2019 heeft werkneemster zich ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft op 4 oktober 2019 vastgesteld dat een werkgerelateerd probleem werkhervatting verhindert. Partijen wordt aanbevolen om samen tot een oplossing te komen. Bij e-mail van 9 oktober 2019 heeft B werkneemster uitgenodigd voor een gesprek op 11 oktober 2019. Bij e-mail van 10 oktober 2019 heeft (de gemachtigde van) werkneemster aan B het voorstel gedaan om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. De gemachtigde van SSN heeft bij e-mail van 10 oktober 2019 medegedeeld dat de ene eigenaar sinds kort een affectieve relatie met werkneemster heeft gekregen, waardoor de toekomstige samenwerking tussen de compagnons onmogelijk is geworden. Op 11 oktober 2019 is werkneemster op staande voet ontslagen wegens het opstarten van een eigen kapsalon. Werkneemster verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen en voor recht te verklaren dat zij door de vernietiging van het ontslag op staande voet op grond van overgang van onderneming met ingang van 5 november 2019 in dienst is van Kolor B.V. Werkgeefster verzoekt – voor zover sprake mocht zijn van een rechtsgeldige opvolgende arbeidsovereenkomst – voorwaardelijke ontbinding.
Oordeel
De kantonrechter neemt als vaststaand feit aan dat werkneemster, buiten haar dienstverband met SSN, bezig is (geweest) met het opstarten van een kappersbedrijf. Werkneemster heeft dit ook erkend. Naar het oordeel van de kantonrechter levert dit gegeven als zodanig nog geen overtreding op van het bepaalde in artikel 9.2. onder c van de cao. Als er veronderstellenderwijs van uit zou worden gegaan dat werkneemster in het onderhavige geval al daadwerkelijk kapperswerkzaamheden heeft verricht, dan nog leveren deze werkzaamheden naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. De (mogelijke) schending van de cao is, bezien in het licht van de reeds gestarte onderhandelingen omtrent de beëindiging van het dienstverband, niet ernstig genoeg. Werkgeefster had moeten volstaan met een lichtere sanctie. De kantonrechter noemt hierbij de loonstop. Met het bovenstaande is dus gegeven dat SSN de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, moet het verzoek van werkneemster om vernietiging van dat ontslag worden toegewezen.
Overgang van onderneming
Op grond van de feitelijke gang van zaken – de overdracht van de activa en voorraden op 31 oktober 2019 – in samenhang bezien met de door werkneemster in het geding gebrachte stukken, is voldoende aannemelijk geworden dat op voornoemde datum sprake is geweest van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 lid 2 BW. Ten aanzien van de aard van de onderneming volgt immers uit de door werkneemster overgelegde stukken dat de voor en na de overdracht verrichte activiteiten in grote mate met elkaar overeenkomen. Nu van een situatie zoals bedoeld in artikel 7:665 BW geen sprake is, kan de verzochte verklaring voor recht dat werkneemster door de vernietiging van het ontslag op staande voet op grond van overgang van onderneming in dienst is getreden van Kolor B.V. worden toegewezen.
Ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding
De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die rechtvaardigen dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Dat er sprake is van een verstoorde verhouding heeft werkneemster ook erkend. Haar gemachtigde heeft immers in de periode voorafgaand aan het ontslag op staande voet om die reden met SSN onderhandeld over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De verstoring is ook zodanig, dat van werkgeefster in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.