Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 1 november 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:7776
Feiten
Werkneemster is sinds 1 januari 2017 in dienst bij Alliander N.V. in de functie van informatieanalist met een brutoloon van € 7.010,31 per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en een individueel keuzebudget (hierna: IKB) van 12,8%. De bedrijfs-cao Alliander en de cao Netwerkbedrijven (hierna: cao NWb) zijn van toepassing. In beide cao’s zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot respectievelijk IKB en persoonlijk budget. Werkneemster heeft per jaar recht op 151,58 uur wettelijk verlof en 34,11 uur spaarverlof. Daarnaast kan zij met haar IKB-budget van 12,8%, extra verlofuren kopen. Vanaf eind augustus 2023 is werkneemster ziek gemeld. Eind mei 2024 heeft Alliander een onderzoek ingesteld naar de verlofregistratie van werkneemster. Het onderzoek is uitgevoerd door een senior onderzoeker fraude en integriteit in dienst van Alliander. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek is werkneemster geschorst en heeft Alliander een ontbindingsverzoek ingediend omdat zij van oordeel is dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen. Werkneemster verzet zich tegen de ontbinding en verzoekt toelating tot haar werkzaamheden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Volgens Alliander heeft werkneemster zich schuldig gemaakt aan frauduleus handelen door Alliander (opzettelijk) te misleiden en hier onrechtmatig voordeel uit te verkrijgen, te weten het genot van 307 verlofuren die nooit zijn opgenomen. Alliander heeft daarvoor aangevoerd dat haar werknemers vooraf verlof moeten aanvragen in Workday, waarna de leidinggevende de verlofaanvraag beoordeelt. Uit het verrichte onderzoek is volgens Alliander gebleken dat werkneemster verlof heeft genoten zonder dit verlof (vooraf of achteraf) te registreren. Werkneemster heeft daarnaast verzocht om een tussentijdse betaling van een deel van het IKB-budget en het restant van het budget is in december van 2022 en 2023 aan haar betaald. De niet-geregistreerde maar wel genoten verlofuren hadden volgens Alliander van dit IKB-budget moeten worden aangekocht. Werkneemster heeft aangevoerd dat zij er tot mei 2024 niet mee bekend was dat zij haar verlof vooraf moest aanvragen. Zij deed dat nooit en daar werd door Alliander nooit een punt van gemaakt. Uit de door werkneemster overgelegde verklaring van haar vorige leidinggevende volgt dat hij achteraf vakantie goedkeurde en dat er een feitelijke tijd-voor-tijdregeling bestond. Alliander heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Werkneemster heeft ten aanzien van een deel van de verlofuren erkend dat zij deze niet heeft geregistreerd en voor 2022 heeft zij aangevoerd dat zij meent het verlof te hebben aangevraagd, maar dat het om een voor haar onbekende reden niet in Workday is geregistreerd. Op grond van de feiten en omstandigheden overweegt de kantonrechter dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van verwijtbaar handelen. Werkneemster wist niet beter dan dat zij ook achteraf verlof mocht registreren en dagen kon ruilen in een feitelijke tijd-voor-tijdregeling en van dit handelen kan haar niet met succes een verwijt worden gemaakt. Hieruit volgt dat er ook geen sprake is een verstoorde arbeidsverhouding.