Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 28 februari 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:1149
Is er sprake van overtreding concurrentiebeding en nevenwerkzaamhedenbeding als manager sportschool in fitnessbranche?

Feiten

Werknemer is op 17 november 2020 in dienst getreden bij werkgeefster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 25 maart 2024 hebben partijen een contract voor onbepaalde tijd gesloten, waarin onder andere een nevenwerkzaamhedenbeding, geheimhoudingsbeding, concurrentiebeding, relatiebeding, antironselbeding en een boetebepaling zijn opgenomen. Vanaf dat moment werkte werknemer als manager. Op 22 augustus 2024 heeft hij zijn arbeidsovereenkomst opgezegd per 19 oktober 2024 en mondeling laten weten dat hij bij sportschool X in dienst zou treden. Op 5 september 2024 heeft werkgeefster hem schriftelijk gewezen op de geldende contractuele en postcontractuele bedingen. Op 19 september 2024 heeft werknemer zich ziek gemeld, maar hij is vervolgens bij sportschool X in dienst getreden als manager op basis van een contract voor bepaalde tijd.

Conventie

Werkgeefster vordert naleving van het concurrentiebeding op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag of een deel daarvan bij overtreding. Daarnaast eist zij betaling van € 19.000 wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding en € 5.000 vanwege schending van het concurrentiebeding, vermeerderd met € 500 per dag vanaf 19 september 2024 (of 17 oktober 2024) tot aan de uitspraak, plus wettelijke rente. Volgens werkgeefster heeft werknemer ondanks zijn ziekmelding werkzaamheden verricht bij X en daarmee het nevenwerkzaamhedenbeding geschonden. Het concurrentiebeding is rechtsgeldig en beperkt zich geografisch tot drie kilometer, wat volgens werkgeefster redelijk is. Gezien de concurrentiegevoeligheid in de fitnessbranche wil zij voorkomen dat werknemers bij een directe concurrent aan de slag gaan. Ondanks herhaalde sommaties weigert werknemer zich aan het beding te houden. Werkgeefster stelt een spoedeisend belang te hebben bij handhaving om verdere economische schade te voorkomen.

Reconventie

Werknemer vordert nietigverklaring, vernietiging of schorsing van het nevenwerkzaamhedenbeding en het concurrentiebeding voor een periode van drie maanden. Subsidiair verzoekt hij om matiging van de boetes tot nihil of een door de rechter vast te stellen bedrag en beperking van de duur van het concurrentiebeding tot zes maanden. Daarnaast vordert hij betaling van achterstallig loon over september 2024 en tot en met 18 oktober 2024, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 50%. Ook wil hij dat werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding van € 409,93 per maand, of een door de rechter vast te stellen bedrag, gedurende de periode dat hij aan het concurrentiebeding is gebonden.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen en dat werknemer dit heeft overtreden door in dienst te treden bij X. Werkgever heeft een gerechtvaardigd belang bij handhaving van het beding, gelet op de functie van werknemer en de toegang tot bedrijfsgevoelige informatie. De kantonrechter ziet echter aanleiding om de duur van het concurrentiebeding te beperken tot 12 maanden, omdat een langere beperking niet proportioneel wordt geacht.

Ten aanzien van het nevenwerkzaamhedenverbod oordeelt de kantonrechter dat onvoldoende is komen vast te staan dat werknemer tijdens het dienstverband werkzaamheden voor X heeft verricht. De gevorderde boete op grond van deze vermeende overtreding wordt daarom afgewezen.

De contractuele boete wegens overtreding van het concurrentiebeding wordt wel toegewezen, nu werknemer bewust het beding heeft overtreden ondanks waarschuwingen van werkgever. De kantonrechter ziet geen aanleiding tot matiging van deze boete.

Tot slot wordt geoordeeld dat werkgever ten onrechte het loon over september en oktober 2024 heeft ingehouden. Nu overtreding van het nevenwerkzaamhedenverbod niet is bewezen, dient werkgever dit achterstallige loon alsnog aan werknemer te betalen.