Rechtspraak
Feiten
Werknemer, geboren in 1983, is sinds 15 november 2022 in dienst bij (de rechtsvoorgangster van) werkgever, laatstelijk in de functie van Associate Director Quality, Regulatory and Pharmacovigilance. Werkgever verzoekt in deze procedure om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer, omdat er volgens hemprimair sprake is van disfunctioneren en subsidiair van een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat werknemer, ondanks deugdelijke oproeping, niet is verschenen op de mondelinge behandeling en dat er geen gemachtigde is aangewezen. Uit correspondentie blijkt dat werknemer sinds december 2024 als vermist is opgegeven. De kantonrechter overweegt dat verzoekende partij op correcte wijze heeft voldaan aan de oproepingseisen en dat de afwezigheid van werknemer niet aan verzoekende partij kan worden tegengeworpen. De kantonrechter overweegt dat het disfunctioneren van werknemer niet is komen vast te staan. Hoewel verzoekende partij een verbeterplan heeft voorgesteld en hierover met werknemer heeft gecommuniceerd, is dit traject nooit van start gegaan. Het subsidiaire verzoek om ontbinding vanwege een verstoorde arbeidsverhouding slaagt echter wel. De kantonrechter stelt vast dat de vertrouwensbasis voor een vruchtbare samenwerking is komen te vervallen, mede door de onwillige houding van werknemer, de mislukte mediation en het uitblijven van verdere communicatie. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord en dat herplaatsing niet meer mogelijk is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2025. Werknemer heeft recht op een transitievergoeding, waarvan de hoogte opnieuw berekend moet worden vanwege de verschoven einddatum van de arbeidsovereenkomst. De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.