Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vereniging Laurentius
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 januari 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:BY8467

werknemer/Vereniging Laurentius

Loonvordering van geschorste directeur woningcorporatie Laurentius die verdacht wordt van vastgoedfraude opnieuw afgewezen. Dat werknemer geen verdachte meer zou zijn en openheid van zaken zou hebben gegeven wordt niet gevolgd

Werknemer is sinds 2001 in dienst van woningcorporatie Laurentius als statutair directeur. Hij is op 21 mei 2012 aangehouden in verband met verdenking van (betrokkenheid bij) het plegen van misdrijven (vastgoedfraude). Vanaf die datum is hij geschorst. Werknemer heeft vervolgens in detentie verbleven. Per 23 juni 2012 is de voorlopige hechtenis geschorst onder de voorwaarden dat werknemer zich beschikbaar zou houden voor het onderzoek van het Openbaar Ministerie en geen contact zou hebben met twee werknemers van Laurentius. Werknemer heeft zich op 23 juni 2012 ziek gemeld. Op 11 juli 2012 is werknemer tijdens de buitengewone vergadering van de raad van commissarissen ontslagen als statutair directeur. Bij vonnis van 10 augustus 2012 is de door werknemer ingestelde loonvordering afgewezen (zie AR 2012-0729). Thans stelt werknemer opnieuw een loonvordering in. Hij stelt dat er nieuwe feiten zijn.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In het vonnis van 10 augustus 2012, dat thans nog tussen partijen geldt, is geoordeeld dat gelet op – kort gezegd – de verdenking jegens werknemer en de schade en onrust die dat tot gevolg heeft gehad, alsmede gelet op de omstandigheid dat werknemer geen openheid van zaken had gegeven, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om de gevolgen van de schorsing voor rekening van Laurentius te laten komen en dat Laurentius daarom niet gehouden was tot betaling van het loon. Tussen partijen is niet in geschil dat dit oordeel thans als uitgangspunt heeft te gelden. Werknemer stelt thans dat jegens hem geen verdenking meer bestaat en dat hij openheid van zaken heeft gegeven. Deze stellingen worden niet gevolgd. Het OM is nog met het onderzoek bezig en heeft na de raadkamerbeslissing beslag gelegd, zodat niet gezegd kan worden dat van een verdenking geen sprake meer is. Dat werknemer daadwerkelijk openheid van zaken heeft gegeven is onvoldoende gebleken. Dat betekent echter niet dat Laurentius, zolang de arbeidsovereenkomst met werknemer bestaat, zijn schorsing voor onbeperkte duur kan laten voortduren zonder loon te betalen. Aan Laurentius dient een redelijke tijd te worden gegund om in ieder geval haar eigen onderzoek te verrichten en zo mogelijk ook de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek af te wachten en aan de hand daarvan haar positie tegenover werknemer nader te bepalen en daarop actie te nemen.