Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Pronk Import BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 31 december 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:4831

werknemer/Pronk Import BV

Werknemer heeft met terugwerkende kracht recht op structurele loonsverhoging op grond van uitleg cao voor de Groothandel in Levensmiddelen.

Werknemer is van 1 mei 1976 tot zijn pensionering met ingang van 1 mei 2012 bij Pronk in dienst geweest, aanvankelijk als declarant/inkoper en later vanaf 1 januari 2000 als logistics & purchase manager. Aanvankelijk was op de arbeidsovereenkomst tussen partijen geen collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing. Pronk heeft 24 juli 2008 met FNV Bondgenoten (hierna: FNV) overeenstemming bereikt over de toepassing van de cao voor de Groothandel in Levensmiddelen (hierna: de cao) op de arbeidsovereenkomsten met haar (naast de twee directeuren) negen personeelsleden. De desbetreffende werknemers hebben zich met de toepassing van de cao op hun arbeidsovereenkomsten akkoord verklaard. Ter uitvoering van de met FNV gesloten overeenkomst (door partijen Principeakkoord genoemd) heeft Pronk aan vier van haar werknemers (in de leeftijd van 23 tot 36 jaar) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 de structurele cao-loonsverhogingen als bedoeld in Bijlage I van de cao uitbetaald. Aan Pronk en vier andere werknemers (in de leeftijd van 53 tot 64 jaar) zijn die verhogingen niet toegekend omdat laatstbedoelde werknemers volgens Pronk op grond van lid 4 van Bijlage I geen aanspraak hadden op die structurele salarisverhogingen. De cao voorziet in artikel 24 in het indelen van functies in functiegroepen en kent (in art. 25) een functiewaarderingssysteem op grond waarvan werknemer in 2009 is ingedeeld in functiegroep 7. Werknemer vordert in deze procedure (primair) voor recht te verklaren dat hij op grond van de in het Principeakkoord gemaakte afspraken recht heeft op aanpassing van zijn salaris volgens de cao-loonrondes en Pronk te veroordelen tot betaling aan hem van € 11.073 bruto wegens achterstallig loon over de periode 1 januari 2002 tot 1 november 2011.

Het hof oordeelt als volgt. Uitgangspunt bij de regeling voor de salarisverhogingen (indexeringen) in de cao zoals neergelegd in lid 1 van Bijlage I is dat werknemers recht hebben op structurele loonsverhogingen met een percentage van hun loon. Dat staat met zoveel woorden in lid 1. Op dat uitgangspunt geven de volgende leden van Bijlage I een aantal uitzonderingen, waarvan voor deze zaak het bepaalde in de hiervoor geciteerde leden 4 en 5 van belang is. Hierin valt te lezen dat voor werknemers die zijn ingedeeld in een salarisschaal waarvan het eindsalaris hoger ligt dan het maximum van schaal 7 vermeerderd met tien procent de bepalingen van lid 1 (dus: de structurele verhogingen) niet van toepassing zijn (lid 4) en dat voor werknemers die vallen onder de in artikel 25 genoemde functiegroepen de verhogingen van lid 1 niet gelden voor de looncomponent boven de maximumgrens van de zorgtoeslag (lid 5). Werknemer was ingedeeld in een functiegroep en behoort daardoor naar het oordeel van het hof niet tot de in lid 4 bedoelde werknemers omdat in lid 4 niet over functiegroepen wordt gesproken. Dit in tegenstelling tot lid 5 waar gesproken wordt over werknemers die in functiegroepen zijn ingedeeld. Het salaris van werknemer was – daar zijn partijen het over eens – hoger dan de maximumgrens van de zorgtoeslag en dat betekent dat lid 5 wel op hem van toepassing was. Hierop wordt hierna nog teruggekomen. De hiervoor gegeven uitleg van de onderhavige cao-bepalingen strookt met de tekst van artikel 3 van de cao waarin is bepaald dat Bijlage I in beginsel niet van toepassing is op werknemers die niet vallen onder de in artikel 25 van de cao genoemde functiegroepen en op werknemers die (in de cao 2009-2010) voor 1 april 2009 meer verdienen dan € 4.223 bruto per maand. Vast staat dat werknemer was ingedeeld in een functiegroep (7) als bedoeld in artikel 25 van de cao en minder verdiende dan het genoemde maandsalaris (zijn laatstverdiende salaris was € 3.182 bruto per maand). Artikel 3 van de cao sluit werknemer dus niet uit van de werking van Bijlage 1. Het hof concludeert dat werknemer aanspraak kan maken op de cao-loonsverhogingen vanaf 1 januari 2002 voor zover zijn loon niet meer bedroeg dan de maximumgrens van de zorgtoeslag.