Naar boven ↑

Rechtspraak

Belfor B.V. c.s./UWV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 april 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1553

Belfor B.V. c.s./UWV

UWV aansprakelijk voor de schade van de werkgever door ten onrechte geweigerde ontslagaanvragen.

Tussen 28 juli en 1 augustus 2011 heeft Belfor BV (hierna: Belfor) ontslagaanvragen voor 28 werknemers ingediend bij het UWV. Op 28 juli 2011 heeft Recontec BV (hierna: Recontec), een zustervennootschap van Belfor, een ontslagaanvraag ingediend voor een werknemer en op 2 augustus 2011 voor vijf werknemers. Bij gelijkluidende beschikkingen van 29 september 2011 is de toestemming voor het merendeel van de ontslagaanvragen van Belfor geweigerd. Recontec heeft vijf van de ingediende ontslagaanvragen ingetrokken. Het UWV heeft op 16 november 2011 aan Recontec toestemming verleend voor het ontslag van een werknemer. Belfor en Recontec vorderen voor recht te verklaren dat het UWV in het kader van de behandeling van de door Belfor en Recontec in de periode van 28 juli t/m 3 augustus 2011 ingediende ontslagaanvragen onrechtmatig heeft gehandeld en een veroordeling van UWV tot betaling van de als gevolg hiervan geleden schade door Belfor en Recontec. De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. Tegen dit vonnis komen Belfor en Recontec in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Recontec heeft toestemming voor een opzegging van de arbeidsverhouding voor een respectievelijk vijf werknemers van de vestiging in Heerenveen verzocht. Later heeft zij deze verzoeken - met uitzondering van een - weer ingetrokken. Op dat moment hield ook de bemoeienis van het UWV met betrekking tot deze ingetrokken verzoeken op, zodat alleen daarom al niet valt in te zien op welke wijze het UWV onrechtmatig jegens Recontec heeft gehandeld. Met betrekking tot het als enige gehandhaafde verzoek stelt het hof vast dat het hierbij kennelijk om een unieke functie ging en dat de omstandigheid dat de vestiging van het zusterbedrijf Belfor door het UWV is aangemerkt als een zelfstandige bedrijfsvestiging geen rol heeft gespeeld. In dat licht bezien is verder het enkele tijdsverloop tussen datum aanvraag (2 augustus 2011) en datum verlening toestemming (16 november 2011) ook in het licht van in het Ontslagbesluit genoemde proceduretijden, die immers een streefkarakter hebben, onvoldoende om een onrechtmatig handelen aan de kant van het UWV aan te nemen. Wat betreft de ontslagaanvragen van Belfor, zijn partijen het erover eens dat alle vestigingen van Belfor in beginsel als één zelfstandige bedrijfsvestiging dienen te worden aangemerkt. Dit leidt ertoe dat een toestemming ex artikel 6 BBA in geval van een sluiting van een dergelijke zelfstandige vestiging niet onderworpen is aan de noodzaak van afspiegeling in de zin van artikel 4:2 (oud) Ontslagbesluit. Het UWV heeft niettemin de toestemming geweigerd, waarbij het UWV zich op het standpunt heeft gesteld dat sprake was van samenvoeging van twee of meer bedrijfsvestigingen, hetgeen ertoe leidt dat op grond van de in hoofdstuk 11 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (hierna: BOU) genoemde correctiefactoren alle vestigingen van Belfor als één geheel worden aangemerkt, zodat afspiegeling dient plaats te vinden over het gehele personeelsbestand van Belfor in Nederland. Het UWV heeft aan zijn oordeel ten grondslag gelegd dat de bedrijfsactiviteiten van de te sluiten bedrijfsvestigingen blijven bestaan en dat de hele markt na sluiting van de betreffende vestigingen zal worden bediend vanuit de overblijvende centraal gelegen vestigingen. Het UWV heeft voor dit oordeel uitsluitend aansluiting gezocht bij hetgeen door Belfor naar voren is gebracht. Bovendien zijn in de brieven van Belfor onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een dergelijk standpunt. Het UWV heeft derhalve de aan zijn beslissing ten grondslag liggende aannames niet feitelijk onderzocht. Bovendien zou een nader onderzoek redelijkerwijs niet tot het oordeel hebben kunnen leiden dat landelijk over alle vestigingen van Belfor diende te worden afgespiegeld. Aldus is een onjuiste toepassing gegeven aan het Ontslagbesluit en dient de afwijzing van de verzochte ontslagvergunningen te worden aangemerkt als onrechtmatig. Volgt toewijzing van de vorderingen van Belfor en afwijzing van de gelijkluidende vorderingen van Recontec.