Rechtspraak
De Centrale Raad van Beroep heeft het besluit van 27 januari 2012, waarbij UWV aan verzoeker met toepassing van artikel 25 lid 9 Wet WIA een zogenoemde loonsanctie had opgelegd, herroepen, omdat naar het oordeel van de Raad niet kon worden volgehouden dat verzoeker kansen om werknemer te re-integreren had gemist. Bij de uitspraak van 11 maart 2015 is UWV veroordeeld in de kosten van verzoeker. Verzoeker stelt dat hij als gevolg van de ten onrechte opgelegde loonsanctie schade heeft geleden tot een bedrag van € 29.135,03 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2013. Het schadebedrag is volgens verzoeker opgebouwd uit:
a. een bedrag van € 22.722,20 en een bedrag van € 513,50 aan loon tijdens ziekte;
b. een bedrag van € 628,14 aan vakantietoeslag;
c. een bedrag van € 4.174,80 aan afdrachten sectorfonds, WW-AWF, WAOWIA, WAOWGA en ZVW;
d. een bedrag van € 1.092 aan pensioenpremie;
e. en een bedrag van € 300 aan onbelaste onkostenvergoeding.
UWV heeft zijn gehoudenheid tot vergoeding van het in 2 onder c genoemde bedrag erkend, maar heeft betwist dat hij de overige bedragen aan verzoeker is verschuldigd.
De Raad oordeelt als volgt. Het overgangsrecht van de per 1 juli 2013 in werking getreden Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Stb. 2013, 50) bepaalt dat het recht zoals dat gold voor 1 juli 2013 op deze zaak van toepassing blijft. Voor vergoeding van schade is, in aansluiting op de artikelen 6:162 en 6:98 BW, vereist dat de gestelde schade verband houdt met een onrechtmatig besluit en dat vervolgens alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking komen die in een zodanig verband staan met dat besluit, dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend (onder meer de uitspraak van de Raad van 18 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:446). In deze zaak is niet in geschil dat UWV aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die werkgeefster als gevolg van het onrechtmatige besluit van 27 januari 2012 heeft geleden omdat zij ten onrechte gedurende de periode van de loonsanctie, onder instandhouding van de arbeidsovereenkomst met werknemer, haar betalingsverplichtingen jegens hem heeft moeten voortzetten.
Als beginsel geldt dat de schadevergoeding de schuldeiser zo veel mogelijk in de toestand moet brengen waarin hij zou verkeren indien het schadeveroorzakende feit niet zou hebben plaatsgevonden (vergelijk ECLI:NL:HR:2010:BL0539). In zijn uitspraak van 9 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4236, heeft de Raad nader uiteengezet langs welke lijn moet worden beoordeeld of door een werkgever opgevoerde schadeposten als gevolg van het onrechtmatige besluit aan UWV kunnen worden toegerekend en voor vergoeding door UWV in aanmerking komen. In deze uitspraak is onder meer overwogen: ‘De wettelijke regeling van de loonsanctie in de Wet WIA en het BW verplicht de werkgever bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst het naar tijdruimte vastgestelde loon zoals bepaald in artikel 7:629, eerste lid van het BW, voort te zetten. De instandhouding van de door de werkgever en de werknemer gesloten overeenkomst brengt mee dat er een rechtstreeks verband is met de opgelegde loonsanctie voor zover het gaat om betalingen waartoe de werkgever uit hoofde van die overeenkomst gedurende het derde ziektejaar verplicht was. Het gaat daarbij om betalingen die voortvloeien uit afspraken die werkgever en werknemer hebben gemaakt over de verplichtingen en inspanningen van de werkgever die zullen gelden in het derde ziektejaar en die voldoende concreet zijn en door de werknemer zijn af te dwingen. (…).’ Werkgeefster is op grond van de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde Regelingen Secundaire Arbeidsvoorwaarden van [naam B.V.] verplicht 75% van het loon door te betalen gedurende het tweede ziektejaar. Hoewel het percentage van 75% is gekoppeld aan het tweede ziektejaar, brengt een redelijke uitleg van het artikel mee dat, indien de zieke werknemer voldoet aan de gestelde voorwaarden, werkgeefster ook in het derde ziektejaar 75% van het loon moet betalen. De loondoorbetaling van 75% van het loon van werknemer vormt aldus een door verzoeker op UWV te verhalen schadepost.
In zijn uitspraak van 4 december 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:2674) heeft de Raad overwogen dat niet alleen de door een werkgever gedurende de periode van een loonsanctie verplicht afgedragen belasting en sociale verzekeringspremies, maar ook de door de werkgever betaalde pensioenpremie, als geleden schade door UWV moet worden vergoed. Werkgeefster was daarentegen niet op grond van aangegane (contractuele) verplichtingen gehouden werknemer tijdens ziekte een onkostenvergoeding te betalen. Deze kosten zijn dan ook niet aan UWV toe te rekenen.