Naar boven ↑

Rechtspraak

Ex-werkgever is belanghebbende bij besluiten over ZW-uitkering vanwege de Wet BeZeVa en heeft in casu procesbelang.

Werkneemster is werkzaam als huishoudelijk medewerkster bij betrokkene. Op 9 januari 2012 valt zij wegens ziekte uit. Het dienstverband eindigt op 1 maart 2012. Met ingang van 1 maart 2012 ontvangt werkneemster een ZW-uitkering. Bij brief van 28 oktober 2013 heeft UWV desgevraagd aan betrokkene, vanwege de premiedifferentiatie van de Wet BeZaVa, het toekenningsbesluit gezonden. Betrokkene heeft op 2 december 2013 bezwaar gemaakt, welk bezwaar ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor indiening daarvan geldende termijn. De rechtbank was hierbij van oordeel dat de inwerkingtreding per 1 januari 2014 van de wet Bezava niet heeft meegebracht dat betrokkene alsnog in rechte kan opkomen tegen het toekenningsbesluit en er daarom geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 Awb. UWV stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat betrokkene wel ontvankelijk was in haar bezwaar, omdat zij een eigen bezwaartermijn heeft en zij haar bezwaar tijdig heeft ingediend. Volgens UWV zijn werkgevers door de Wet BeZaVa met terugwerkende kracht belanghebbenden geworden bij de ZW-uitkering van hun flexibele ex-werknemers.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Met verwijzing naar de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:467) wordt herhaald dat een werkgever categoraal belanghebbende is bij besluiten van UWV over toekenning, herziening of intrekking van een ZW-uitkering. Het is vaste rechtspraak dat het enkele feit dat een werkgever als categoraal belanghebbenden heeft te gelden niet reeds meebrengt dat hij ook moet worden geacht een concreet belang te hebben bij het maken van bezwaar of het instellen van beroep dan wel hoger beroep. Voor het aannemen van procesbelang is vereist dat het resultaat dat de indiener van het bezwaarschrift, beroepschrift of hoger beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk bereikt kan worden en aan het realiseren daarvan voor de betreffende werkgever feitelijke betekenis niet kan worden ontzegd. Tevens is in genoemde uitspraak herhaald dat de Raad zijn rechtspraak over procesbelang heeft verruimd; procesbelang zal ook worden aangenomen indien wordt gesteld dat het bestreden besluit een rechtstreeks gevolg heeft waarvan in een andere (al dan niet bestuursrechtelijke) rechtsverhouding nadeel zal worden ondervonden en de in de voorliggende zaak op bestuursrechtelijke gronden te nemen beslissing voor het al dan niet intreden van dit gevolg beslissend is. Nu niet in geschil is dat de toekenning van een ZW-uitkering aan werkneemster rechtstreeks gevolg kan hebben voor de door betrokkene aan de Belastingdienst te betalen premie, heeft betrokkene belang bij de beoordeling van zijn beroep. Betrokkene heeft met haar op 2 december 2013 aan UWV gezonden brief tijdig bezwaar gemaakt. UWV heeft betrokkene dus terecht in haar bezwaar ontvangen en de rechtbank is op onjuiste gronden tot een ander oordeel gekomen. De Raad verwijst de zaak terug naar de rechtbank.