Rechtspraak
Op 22 februari 2015 dient appellant een formulier 'Melding te laten beslissing' in bij UWV. Op dit formulier licht appellant, bij de vraag naar een omschrijving van de aanvraag waarop UWV niet tijdig heeft beslist, toe: "De ziekmelding per 1-4-2009 (i.v.m. een ZW-uitkering). Zie bijlage.". Als bijlage voegt appellant een WW-aanvraag van 28 oktober 2009 toe. Bij besluit van 24 februari 2015 weigert UWV appellant in aanmerking te brengen voor een vergoeding, omdat UWV de melding te late beslissing pas heeft ontvangen nadat de beslissing op de aanvraag voor een WW-uitkering al was genomen. UWV verklaart het bezwaar van appellant ongegrond, aangezien appellant met zijn aanvraag een WW-uitkering beoogde aan te vragen. Appellant is in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering en tegen dit besluit heeft appellant geen bezwaar gemaakt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat UWV de WW-aanvraag had moeten aanmerken als een ziekmelding nu hierin immers expliciet is gevraagd om een WW-uitkering, welke uitkering appellant ook is toegekend. Dat appellant zich om hem moverende redenen voor de datum einde dienstverband niet op formele wijze bij zijn ex-werkgever heeft ziekgemeld, dient voor zijn rekening en risico te komen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Met het indienen van het formulier heeft appellant UWV in gebreke gesteld voor het niet tijdig geven van een beslissing op de door hem gestelde ZW-aanvraag. Met het bestreden besluit heeft UWV bepaald geen dwangsom te hebben verbeurd, omdat hij al een besluit had genomen op de WW-aanvraag van appellant en er dus geen sprake was van een te laat beslissen op de aanvraag. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Appellant heeft destijds kennelijk niet bedoeld een ZW-uitkering aan te vragen. Niet valt in te zien waarom UWV de aanvraag van 28 oktober 2009 had moeten aanmerken als een aanvraag om een ZW-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.