Rechtspraak
Appellante ontvangt met ingang van 1 januari 2013 een WW-uitkering. Op verzoek van appellante geeft UWV haar toestemming om gebruik te maken van de zogenoemde startersregeling op grond van artikel 77a WW in de periode van 5 mei 2014 tot en met 2 november 2014. Naar aanleiding van een anonieme tip, ontvangen op 5 oktober 2013, doet een UWV-inspecteur onderzoek. Daaruit blijkt dat appellante sinds 1 april 2010 samen met haar echtgenoot een bedrijf had. De UWV-inspecteur concludeert dat appellante in de jaren 2013 en 2014 werkzaamheden als zelfstandige heeft verricht en dat appellante deze werkzaamheden niet heeft gemeld bij UWV. Bij besluit van 24 juni 2014 trekt UWV de aan appellante verleende toestemming voor de startersregeling in. Het bezwaar en beroep van appellante worden ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 77a WW kan UWV een werknemer toestemming verlenen om gedurende 26 weken werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep te verrichten, indien de werkzaamheden nog geen aanvang hebben genomen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de werkzaamheden nog geen aanvang hebben genomen en dat UWV deze toestemming daarom terecht heeft ingetrokken. Deze oordelen van de rechtbank en de overwegingen die daartoe hebben geleid, worden geheel onderschreven. Hieraan wordt het volgende toegevoegd. De enkele omstandigheid dat UWV in oktober 2013 een anonieme tip had gekregen, ontslaat appellante niet van haar wettelijke plicht om UWV bij het doen van haar verzoek in april 2014 juist en volledig te informeren over haar activiteiten op dat moment. Zeker in aanmerking nemende de aard, omvang, opbrengst en duur van haar activiteiten had het op de weg van appellante gelegen het UWV hierover te informeren dan wel op zijn minst navraag te doen naar de eventuele gevolgen hiervan voor haar WW-uitkering. Tegen deze achtergrond kan appellante niet aan UWV tegenwerpen dat het niet eerder onderzoek heeft verricht naar de anonieme tip dan wel heeft nagelaten dit eerder met appellante te bespreken. UWV was dan ook bevoegd de verleende toestemming voor de startersregeling met terugwerkende kracht in te trekken. Dat uit onderzoek naar aanleiding van de anonieme tip nadien uiteindelijk is gebleken dat appellante niet in aanmerking had moeten komen voor de startersregeling, komt voor rekening en risico van appellante. Het hoger beroep slaagt niet.