Rechtspraak
Bij besluit van 14 april 2014 vordert UWV een onverschuldigde WIA-uitkering over de periode van 1 december 2010 tot en met 31 augustus 2013 van appellante terug. Bij besluit van 7 mei 2014 bepaalt UWV het maandelijks terug te betalen bedrag. Appellante gaat tegen dit besluit in bezwaar en na ongegrondverklaring daarvan in beroep omdat volgens appellante artikel 7 lid 1 van het Besluit Tica inzake betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigd betaalde uitkering (het Besluit Tica) van toepassing is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Volgens de rechtbank vindt het Besluit Tica geen toepassing, omdat dit per 1 juli 2009 is vervallen. De vordering uit hoofde van het terugvorderingsbesluit van 14 april 2014 is op grond van artikel 79b Wet WIA een preferente vordering. Gelet daarop is, nog steeds volgens de rechtbank, UWV bij het vaststellen van het aflossingsbedrag terecht voorbijgegaan aan de concurrente vorderingen van de ING Bank. Appellante gaat vervolgens in hoger beroep. Zij stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat aan het Besluit Tica geen betekenis meer kan worden toegekend en wijst erop dat haar aflossingscapaciteit wordt overschreden als met haar schulden bij de ING Bank geen rekening wordt gehouden. Daarbij stelt zij ook dat de terugvordering het gevolg is van een fout van UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het terugvorderingsbesluit van 14 april 2014 in rechte vast staat. De hoogte van de terugvordering kan dan ook niet meer ter discussie worden gesteld. In geschil is slechts de vraag of de aflossingscapaciteit door UWV juist is vastgesteld. Volgens artikel 1 aanhef en onder q van de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen wordt onder ‘aflossingscapaciteit’ verstaan: het deel van het inkomen van de schuldenaar dat met inachtneming van de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 457c tot en met 457e Rv, kan worden aangewend voor betaling of verrekening van de vordering. De vordering uit hoofde van het terugvorderingsbesluit is op grond van artikel 79b Wet WIA een preferente vordering. UWV is bij het vaststellen van de aflossingscapaciteit dan ook terecht aan de concurrente vorderingen van de ING Bank voorbijgegaan en heeft de aflossingscapaciteit aldus op juiste wijze en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving vastgesteld. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.