Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland, 28 september 2011
ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7613
werkneemster/Gerechtsdeurwaarderskantoor Willems BV
Vervolg tussenvonnis. Werkneemster, werkzaam als deurwaarder bij Willems, vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Primair beroept zij zich op de valse en voorgewende reden, subsidiair op het gevolgencriterium.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het beroep op de valse en voorgewende reden faalt. Onvoldoende is gebleken dat Willems onjuiste informatie over bedrijfsresultaten aan UWV heeft verstrekt. De stelling dat het afspiegelingsbeginsel niet is nageleefd gaat niet op. Werkneemster was naast de directeur immers de enige beëdigde deurwaarder die bij Willems werkzaam was, zodat in die zin sprake was van een unieke functie. Het beroep op het gevolgencriterium slaagt wel. Uit de overgelegde jaarstukken blijkt dat er sprake was van een aanzienlijke financiële reserve, zodat er ruimte was voor een financiële tegemoetkoming voor werkneemster. Meegewogen wordt dat werkneemster op het moment van beëindiging van het dienstverband nog slechts 2,5 jaar verwijderd was van de pensioengerechtigde leeftijd. De beëindiging van het dienstverband leidde voor haar tot een aanzienlijke pensioenschade, hetgeen Willems bekend was of had kunnen zijn. Bovendien heeft zij, gelet op haar leeftijd, een slechte positie op de arbeidsmarkt. Het feit dat werkneemster er toch in geslaagd is om op korte termijn een nieuwe baan te vinden als deurwaarder, maakt dit op zichzelf niet anders. De opzegging is derhalve kennelijk onredelijk voor zover geen voorziening is getroffen voor de pensioenschade. Werkneemster heeft haar pensioenschade door haar pensioenverzekeraar laten begroten. Deze heeft de schade vastgesteld op € 52.423,14. Willems heeft de hoogte hiervan niet cijfermatig betwist. Het gevorderde bedrag wordt daarom toegewezen.