Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Em-Té Supermarkten BV
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 december 2011
ECLI:NL:RBSHE:2011:BV2279

werkneemster/Em-Té Supermarkten BV

Kennelijk onredelijk ontslag. Em-Té heeft ten onrechte niet onderzocht wat de mogelijkheden en kosten zijn voor het plaatsen van een traplift ten behoeve van caissière met blijvende enkelproblemen. Aanhouding zaak

Werkneemster op is in 1998 bij (de rechtsvoorganger van) Em-Té in dienst getreden in de functie van caissière. Op 8 juli 2008 is zij uitgevallen in verband met enkelproblemen. Na een operatie en revalidatie is zij volledig hersteld, met echter een blijvende beperking met lopen. Zij is niet meer in staat om trappen te lopen. Zij is volledig geschikt voor het verrichten van haar werk als caissière, maar is niet in staat om het toilet en de kantine te bereiken die beide op de eerste verdieping zijn gelegen. Deze verdieping is alleen bereikbaar via een trap. Em-Té weigert een traplift te plaatsen omdat dat te duur en technisch onmogelijk is. Na verkregen toestemming heeft Em-Té de arbeidsovereenkomst opgezegd. Thans verzoekt werkneemster schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.

Ten aanzien van de vraag of Em-Té een traplift voor werkneemster zou moeten plaatsen, overweegt de kantonrechter dat het plaatsen van deze lift als een doeltreffende aanpassing in de zin van artikel 2 WGBH/CZ is aan te merken. Uit niets blijkt dat Em-Té heeft onderzocht wat de mogelijkheden of onmogelijkheden en de kosten van het plaatsen van een traplift langs de trap in de betreffende vestiging van Em-Té zouden zijn. Em-Té heeft hiermee in strijd met het goed werkgeverschap gehandeld. Dat twee arbeidsdeskundigen in hun rapporten ervan zijn uitgegaan, dan wel hebben geoordeeld dat het plaatsen van een traplift niet van Em-Té kon worden gevergd, dient voor risico van Em-Té als werkgever te komen, indien komt vast te staan dat dat wel van haar kon worden verlangd. Em-Té zal in de gelegenheid worden gesteld alsnog een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden en kosten (subsidiemogelijkheden in aanmerking genomen) van het plaatsen van een traplift en onderbouwd aan te geven of het plaatsen van een traplift destijds voor haar wel of niet een onevenredige belasting zou hebben gevormd. Volgt aanhouding van de zaak.