Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Kitchen & Cook Holding B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 maart 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BV8250

werknemer/Kitchen & Cook Holding B.V.

Bewijslast ter zake overwerk(vergoeding) rust op werknemer. Functie van werknemer (leidinggevende) mede bepalend voor uitleg afspraken

Werknemer had een eigen onderneming die in mei 2008 in staat van faillissement verkeerde. Na een doorstart is werknemer per 1 juni 2008 als vestigingsdirecteur bij K&C in dienst getreden tegen een salaris van € 3.250 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag bij een werkweek van 40 uur. Hij was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het verkoopdeel en de kookstudio. Partijen hebben niets afgesproken omtrent eventueel overwerk. Wegens tegenvallende resultaten heeft werknemer uiteindelijk ontslag genomen. Partijen zijn thans verdeeld over de vraag of werknemer recht heeft op overwerkvergoeding (van 190 uur volgens werknemer).

Het hof oordeelt als volgt. Een contractuele regeling tussen partijen omtrent een vergoeding bij overwerk ontbreekt. Gelet op HR 2 april 1993, NJ 1993, 612 kan dan bij de uitleg van de arbeidsovereenkomst onder meer betekenis toekomen aan de functie van de werknemer en het daarmee samenhangende loonniveau. Daarbij ligt het, naar het oordeel van het hof, in de rede dat, zoals A-G Koopmans in zijn conclusie voor dit arrest heeft geschreven, leidinggevend personeel, of personeel dat verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van een deel van het bedrijf, er in het algemeen van zal uitgaan dat zijn werkurenregime niet erg strikt is, en dat onder omstandigheden een extra inzet wordt gevraagd waar geen extra beloning tegenover staat. Dit pleit derhalve niet voor het standpunt van werknemer. Op grond van redelijkheid en billijkheid kan recht op vergoeding bestaan indien ten minste komt vast te staan dat de werkgever het overwerk heeft opgedragen aan de werknemer dan wel uit de omstandigheden van het geval blijkt dat de werkgever daarmee heeft ingestemd (HR 6 maart 1998, LJN ZC2606). De bewijslast van die minimumvoorwaarde rust op de werknemer die de loonvordering instelt. De kantonrechter heeft dan ook terecht werknemer met bewijs belast.