Rechtspraak
werknemers/Nacap B.V.
Nacap is een onderneming die zich met name bezighoudt met het ontwerp en de aanleg van pijpleidingen voor olie- en gastransport. In Nederland houdt slechts een beperkt aantal bedrijven zich met dergelijke werkzaamheden bezig. Op 22 maart 1979 is opgericht de besloten vennootschap Nacap Nederland B.V. (hierna te noemen: Nacap Nederland oud). Deze onderneming had als bedrijfsomschrijving ‘het ontwerpen en uitvoeren van constructies op het gebied van de bouwnijverheid en de metaalindustrie in het algemeen en van pijpleidingconstructies in het bijzonder, loodgieters-, gas- en waterfittersbedrijf en het luchtbehandelingsbedrijf. On- en Offshore’. Nacap Nederland oud, onderdeel van de [Bedrijf X Groep], heeft met ingang van 5 november 1992 de statutaire naam Beheer [Bedrijf Y] gekregen. Deze statutaire benaming is met ingang van 7 februari 2002 gewijzigd in [Bedrijf Z] Holding B.V. Het dossiernummer van deze – opvolgende – vennootschappen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Groningen (hierna: het Handelsregister) is 40619. Op 6 april 1992 is een nieuwe vennootschap opgericht, die de naam Nacap B.V. droeg. Het dossiernummer van deze vennootschap in het handelsregister is 50568. De bedrijfsomschrijving van deze vennootschap was ‘het ontwerpen en uitvoeren van constructies op het gebied van de bouwnijverheid en de metaalindustrie in het algemeen en van pijpleidingconstructies in het bijzonder, zowel binnen als buiten Nederland’. Enig aandeelhouder van Nacap B.V. was Nacap Nederland oud, bekend in het handelsregister onder nummer H 40619. De huidige vennootschap Nacap B.V. heeft vanaf 15 oktober 1995 tot 22 mei 2003 de statutaire naam Nacap Nederland B.V. gehad. Vanaf 22 mei 2003 tot 18 februari 2004 was de statutaire naam Nacap Europe B.V. Per 18 februari 2004 is de bedrijfsnaam gewijzigd in Nacap B.V. Werknemers zijn in 1989 respectievelijk 1991 in dienst getreden van Nacap Nederland oud. In de arbeidsovereenkomsten met werknemers is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemers zijn vanaf 2003/2004 bij Nacap Benelux B.V. (hierna: Nacap Benelux) gedetacheerd. Zij hebben tot in 2003 hun salaris ontvangen van Nacap Nederland B.V. en daarna van Nacap Europe B.V. Werknemers hebben hun arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 opgezegd. Nacap Benelux heeft werknemers op hun concurrentiebedingen gewezen. Werknemers stellen zich op het standpunt dat zij niet aan enig concurrentiebeding zijn gebonden. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat werknemers nog steeds aan hun concurrentiebedingen gebonden zijn en hen veroordeeld tot betaling van € 169.713,72 aan boete. Tegen dit oordeel keren werknemers zich in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. Het enkele feit dat werknemers gedurende een lange(re) tijd binnen dezelfde branche actief zijn, maakt hen wellicht meer afhankelijk van deze branche, maar leidt niet tot een ‘zwaarder drukken’. Het hof is voorts van oordeel dat in of omstreeks 1992 een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden, zodat werknemers aan hun bedingen gebonden blijven. De werknemers stellen aan de orde dat er omstreeks 2005 (nog) een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden, doordat de activiteiten van Nacap in Nederland werden ondergebracht in Nacap Benelux, terwijl Nacap zich toelegde op de activiteiten buiten de Benelux. Werknemers hebben bij brieven van respectievelijk 1 april 2005 en 27 maart 2005 geweigerd bij Nacap Benelux in dienst te treden, zoals Nacap blijkens haar brief van 22 maart 2005 van de werknemers verwachtte. Daarmee kwam, aldus de werknemers, van rechtswege een einde aan hun arbeidsovereenkomst met Nacap. Vervolgens is, zo begrijpt het hof hun stellingen, een nieuwe overeenkomst met Nacap ontstaan waarvan het concurrentiebeding geen deel uitmaakt, en zijn zij gedetacheerd bij Nacap Benelux. Nacap heeft gemotiveerd verweer gevoerd door erop te wijzen dat het niet zo was dat (een onderdeel van) Nacap werd overgedragen, maar dat Nacap de aandelen verkreeg van een ander, bestaand, bedrijf (dat Nacap Benelux is gaan heten) waarna binnen concernverband naar samenwerking werd gestreefd. De werknemers zijn hier vervolgens niet meer op teruggekomen, zodat het hof van de juistheid van dit verweer uitgaat. De eerste tussenconclusie luidt dat het concurrentiebeding nog van kracht was toen de arbeidsovereenkomsten op 1 april 2010 eindigden als gevolg van opzegging door de werknemers en dat Nacap zich daarop mocht beroepen. Dat wordt niet anders doordat werknemers van Nacap Benelux niet meer aan hun concurrentiebeding zouden worden gehouden, zoals de werknemers stellen.
Het hof overweegt nog wel dat uit artikel 7:665a BW volgt dat de werkgever zijn werknemers dient te informeren over (de gevolgen van) een overgang van onderneming. In casu acht het hof dit nalaten – mede gezien de gedragingen van werknemers – onvoldoende om het concurrentiebeding buitenspel te zetten. Niet alleen was artikel 7:665a BW in 1992 nog niet van toepassing, tevens ontbreekt in de lijst van informatieverplichtingen het concurrentiebeding.
Het hof ziet wel aanleiding – mede gezien het feit dat Nacap tot voorkort ook zelf niet kan reproduceren hoe het precies gesteld was met de concurrentiebedingen – de verbeurde boetes aanmerkelijk te matigen tot € 10.000 per werknemer.